Home

Home


1. Inleiding
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

Omschrijving van het gebied.
De federatie ‘De Regenboog’ ligt vrijwel geheel in de provincie Zuid-Holland. Een deel van de parochie Meije-Zegveld behoort tot de provincie Utrecht. De parochies binnen deze federatie liggen in een landelijk gebied in het Groene Hart van de Randstad, globaal ten noorden en noordoosten van Alphen aan den Rijn;
H.Petrus en Paulus te Aarlanderveen, met als kernen Aarlanderveen (gem. Alphen aan den Rijn) en Ter Aar (Aardam) (gem. Ter Aar), met kerkgelegenheid in beide kernen.
H. Adrianus te Langeraar (gem. Ter Aar), kern en kerk Langeraar
Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Meije Zegveld (gem. Nieuwkoop, Bodegraven en Woerden), met als kernen Meije en Zegveld, kerk de Meije
Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart te Nieuwkoop (gem. Nieuwkoop), kern en kerk Nieuwkoop
H. Nicolaas te Nieuwveen (gem. Liemeer), kern en kerk te Nieuwveen
St. Martinus te Noorden (gem. Nieuwkoop), kern en kerk te Noorden
H. Johannes Geboorte te Zevenhoven (gem. Liemeer), kernen Zevenhoven en Noordeinde, kerk te Noordeinde.

De samenleving in het gebied van de federatie.
Vanouds een gebied bepaald door veeteelt, akkerbouw, (glas-)tuinbouw, kleine bouwondernemingen, kleinschalige industrieën en een enkel traditioneel watersportcentrum, bestaande uit min of meer zelfstandige dorpen, heeft onze streek economisch-politiek meer te maken gekregen met de randstad. Rust, groen en ruimte staan voorop in de inrichting van de grond met zijn uitdagingen en inperkingen voor de traditionele bedrijven, maar vooral ook voor beperkingen ten aanzien van huisvesting binnen het gebied. De gevolgen voor de agrarische sector zijn voelbaar, productiekosten stijgen, milieueisen worden scherper, waardoor er keuzes gemaakt moeten worden die kunnen leiden tot bedrijfsbeëindiging, elders opnieuw beginnen of gewoon doorgaan, met alle consequenties daarvan. Ten aanzien van de woningbouw is de situatie evenmin florissant, de druk op de huur- en koopwoningmarkt vanuit het gebied maar meer nog van buiten is hoog, waardoor het voor de jongeren vanuit onze federatie vaak moeilijk en soms onmogelijk is daar te wonen waar hun wortels liggen. Dit alles heeft ook gevolgen voor de sociale vitaliteit: de werkgelegenheid in de traditionele sectoren neemt af, de middenstand heeft het moeilijk door schaalvergroting met daardoor o.a. minder voorzieningen voor de ouderen, de jongeren worden genoodzaakt elders hun bestaan op te bouwen, met als gevolg minder sociale steun voor de ouderen in hun eigen omgeving.
Als parochies die te maken hebben met deze ontwikkelingen in onze gemeenschappen zullen we moeten inspelen op de problemen en bijzondere pastorale aandacht moeten hebben voor de groepen die het moeilijk hebben. Ook zal de vergrijzing invloed hebben op aantal en samenstelling van onze parochies en de vitaliteit van onze geloofsgemeenschappen. Van de andere kant zullen er uitdagingen liggen op het gebied van de onderlinge aandacht, de mogelijkheden van mantelzorg, de integratie van autochtone bewoners en nieuwkomers, kortom het vermogen om gezamenlijk vorm te geven aan een kwalitatief goede leefomgeving.
Uitdagingen voor de parochies binnen de federatie
Onze parochies verkeren in de positie dat zij met hun interne en externe netwerken een bijdrage kunnen leveren op het terrein van samen leven, samen zorgen, omzien naar elkaar, welzijn. Zij kunnen in samenwerking met andere organisaties knelpunten signaleren en opkomen voor onderwerpen op diverse terreinen zoals openbare voorzieningen, veiligheid, milieu, werken, wonen, landbouw, bedrijvigheid, recreatie en toerisme
Er liggen mogelijkheden voor de parochies om zich hiervoor in te zetten en het vraagt durf en creativiteit om de wegen te vinden die naar passende oplossingen leiden, natuurlijk waar nodig en mogelijk in overleg en samenwerking met anderen. De parochies verkeren in de positie om mensen op hun sociale bewogenheid aan te spreken en hen te bewegen met gebruikmaking van hun talenten iets voor anderen te doen.
Naast de zorg voor anderen zal dat ook leiden tot een grotere vitaliteit van onze parochies, waarbij het samen op trekken binnen de federatie stimulerend zal kunnen werken.

Literatuurlijst
Wat gebeurt met de samenleving in het Groene Hart? De kerken een zorg?Dekenaat het Groene Hart, sep 2002
Stassen/van der Helm, Geloof in de toekomst, Samenwerking van Parochies als instrument van vitalisering, Meinema, Zoetermeer, 2002




2. Missie van de federatie

De federatie De Regenboog is opgericht om de krachten en kennis van zeven parochies te bundelen en de beschikbare pastorale krachten te verdelen. Dit past in het beleid van het bisdom Rotterdam om zo de schaarste van mensen en middelen op te vangen.
Door samenwerking op materieel en pastoraal gebied hopen we de pastorale zorg voor de toekomst te kunnen waarborgen.

De federatie is een voorwaarde om als zeven vitale geloofsgemeenschappen van Aarlanderveen-TerAar, Langeraar, Meije-Zegveld, Nieuwkoop, Nieuwveen, Noorden en Zevenhoven, Gods Rijk naderbij te brengen.
We doen dat, levend in het verbond van God met ons en behorend tot de Rooms Katholieke Kerk wereldwijd, in overeenstemming met Jezus’ evangelie en bemoedigd door de kracht van de H. Geest.
Hiertoe bundelen we onze krachten en zijn zo samen op weg naar een levende kerk ter plaatse, waar ruimte is voor velen om God op het spoor te komen en ter sprake te brengen; waar we bemoedigd worden een open oog en oor te hebben voor elkaar en voor degenen die vanuit de samenleving een beroep op ons doen; waar tijd en ruimte is om de verbondenheid met God en met elkaar te vieren.




3. Uitgangspunten


De federatie dat zijn wij
Iedere parochie en iedere parochiaan geeft mede vorm aan de kracht en de kleur van de federatie.

2. De eigen kracht en kleur van parochies.
Iedere parochie is gevormd door haar geschiedenis door de jaren heen en kent karakteristieke kenmerken in de structuur van de parochie. De parochie als gemeenschap van gelovigen draagt en behoedt het geloven en kerk-zijn ter plaatse.

3. Solidariteit.
We streven ernaar om binnen de grenzen van de samenwerkingsovereenkomst, in materieel en pastoraal opzicht solidair te zijn met elkaar.

4. Bundelen van krachten om nieuwe wegen te gaan en nieuwe mogelijkheden te creëren.
We willen als parochies elkaar versterken en ondersteunen om het evangelie te doen blijven klinken in woord en daad. Daarbij moeten we ook zoeken naar nieuwe vormen.

5. Pastoraat dicht bij mensen.
We vinden het belangrijk dat de parochie en de pastorale zorg bereikbaar en toegankelijk blijven. Secretariaat en Pastoraatgroep vervullen hierin een eigen noodzakelijke taak. In zowel pastoraat, als catechese, diaconie en liturgie zoeken we naar nieuwe mogelijkheden om mensen nabij te blijven.

6. Communicatie.
Ons samenwerken in een federatief verband vraagt een open en zorgvuldige communicatie door ieder.

 Pastoraal team.
De pastores zijn samen verantwoordelijk voor het pastoraal in het geheel van de federatie, hebben daarbinnen ieder verantwoordelijkheid voor een aantal aandachtsvelden, die de parochiegrenzen overstijgen, en zijn eerst-aanspreekbare voor een of meerdere parochies.
Zij hebben als taak leiding te geven, en hun geloof en inspiratie beschikbaar te stellen

Vrijwilligers.
Parochianen geven als gedoopte en gevormde mensen vorm aan hun gelovig-zijn, door een taak en verantwoordelijkheid daarvoor in de geloofsgemeenschap op zich te nemen. Door mensen op een juiste plek in te zetten komen zij tot hun recht. Dit kan zijn in een kerngroep voor een aandachtsveld dat parochiegrenzen overschrijdt of in een werkgroep op parochieel niveau.




4. Visie van de federatie
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

God heeft ons niet als eenlingen geschapen, maar als mensen die betrokken zijn op elkaar. Jezus laat dat zien aan de leerlingen onderweg naar Emmaüs. Zij getuigen: “Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak?”
In Jezus voetspoor willen we gaan om zelf ‘hartverwarmend’ bij mensen aanwezig te zijn, met spiritualiteit en creativiteit, vanuit de overtuiging dat God ons daartoe roept.

God roept ons hier en nu, om met elkaar in gesprek gaan over de traditie van ons geloof, over wat er in onze tijd leeft, wat ‘geloven’ betekent voor jong en oud. Die catechese wil ons uitdagen om het leven voor elkaar leefbaarder te maken, het Rijk Gods in ons toe te laten en waar te maken.

God roept ons hier en nu, om zorg te hebben en aandacht, voor de zieken én gezonden, voor hen die het niet zo breed hebben én hen die geen materiële nood hebben, voor hen die geestelijk in de knoop zitten én zij die soms met vragen zitten. Kortom dienend aanwezig zijn: diaconie en pastoraat van de nabijheid,

God roept ons hier en nu, om ons gelovig leven te vieren, verbonden met Jezus Christus. Om in het samen vieren steeds Zijn aanwezigheid te zoeken in Woord, Gebed en Sacramenten, gebruikmakend van de ruimte die gegeven is.

God roept ons hier en nu, om ieder ons deel te dragen in de inspanning voor het evangelie. Beroepskrachten en vrijwillige medewerkers werken hierin samen, elkaar waarderend, stimulerend en inspirerend, om een levende geloofsgemeenschap te zijn.

Alle in de gemeenschappen beschikbare krachten en talenten dragen mee in de zorg voor de kwaliteit en de continuïteit van het pastoraal. Allen geven zo vorm aan de parochie als ‘het voertuig’ van verkondiging van het Evangelie in woord en daad.




5. Catechese
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

Visie
Catechese is een kernopdracht van de gelovige gemeenschap, de motor van parochieopbouw .
Een levend geloof kan niet zonder voeding. Die voeding vanuit het evangelie vinden in het vierend samenkomen, en in catechese en vorming. Het evangelie, de boodschap van liefde, is een “schat in aarden potten” (2 Cor. 4,7). Wij, kwetsbare en kleine mensen, hebben de opdracht haar te behoeden en anderen te laten delen in de schat, die God aan ons mensen toevertrouwt.

We hebben daarbij als federatie van parochies te maken met verschillende doelgroepen: actieve gelovigen, betrokken parochianen, maar ook zoekende mensen daarbuiten die doorgaans niet geraakt worden door wat de kerk van zich zelf laat zien. Zij vinden er geen antwoord op hun vragen. Het is voor de kerk een uitdaging om aansluiting te vinden bij deze veranderde en verschillende sfeer van denken, geloven en leven.

Het Emmaüsverhaal, Lc. 24, 13-35  kan ons als gelovige gemeenschappen, als parochiefederatie, hierin richting geven.
Twee volgelingen van Jezus gaan na zijn dood op weg naar Emmaüs. Ze hebben vragen over wat er gebeurd is in Jeruzalem. Onderweg is er iemand die zich bij hen aansluit en met hen mee loopt. Hij luistert naar hun vragen en problemen. Hij geeft ze onderricht vanuit de oude verhalen en is geduldig als ze niet meteen begrijpen wat hij bedoelt. Dan een moment van wederzijdse gastvrijheid, Jezus breekt en deelt het brood. De volgelingen weten zich geraakt en nemen zelf het besluit terug te keren.
Verhaal van ontmoeting in woord en gebaar!

Hoewel het verhaal 2000 jaar oud is, zijn Emmaüsgangers van alle tijden. Mensen zijn voortdurend onderweg in het leven, een uiterlijke én een innerlijke reis. De gebeurtenissen die we tegenkomen op ons pad kunnen ons voor indringende vragen stellen. Vragen die raken aan het leven zelf, de kwetsbaarheid en de zin ervan. Als er ergens een plek is waar ruimte zou moeten zijn voor deze vragen, is het de kerk, de gelovige gemeenschap.
In de catechese doen we er dan ook goed aan Jezus’ voorbeeld te volgen, door te luisteren en mee te lopen met mensen op hún weg. Die weg gaande kunnen we bijdragen aan het zelfverstaan van mensen in hun relatie met God, door te putten uit de oude verhalen, het evangelie en traditie (rituelen) van de katholieke kerk. Waar we elkaar ontmoeten en herkennen als mensen onderweg, daar kan het brood en het leven worden gedeeld, opdat ieder gesterkt verder kan.


In aansluiting op het Emmaüsverhaal en de Bisdomnota Catechese zien we de catechese als een leerproces voor hart en ziel, voor hoofd en handen (beleving, kennis en concreet gedrag). Een samen op weg zijn van mensen waarin we afwisselend leraar en leerling zijn en groeien in inzicht, kennis en levenshouding. De geloofsgemeenschap is de bedding waarbinnen dit leerproces plaatsvindt.  We kiezen voor ‘voortgaande’ catechese, d.w.z. dat het catechetische aanbod zich niet alleen richt op mensen die zich voorbereiden op de sacramenten, maar ook daarbuiten. Doel van de catechese is het stimuleren van de geloofscommunicatie, geloofsgroei en gemeenschapsvorming .
In dit samen op weg gaan is ontmoeting een sleutelwoord. Waar mensen elkaar ontmoeten is er geen moeten vanuit welke hoek dan ook. De concrete situatie waarin de mens, met zijn of haar vragen, zich bevindt is uitgangspunt. We kiezen zo voor een catechese waarin ruimte is voor de geheimenis van de mens en het leven zelf , van de religieuze werkelijkheid, en van de rijke traditie van bijbel en kerk. Het ligt daarbij niet van tevoren vast waar de gelovige uit moet komen (vgl. de vragen en antwoorden van de catechismus). Net als bij de Emmaüsgangers gaat het om inzicht en persoonlijke geloofsgroei.

  Beleidslijnen periode 2004-2007:
Catechese aanbod
Om deze visie op catechese handen en voeten te geven is het noodzakelijk dat we een ruim en aantrekkelijk catecheseaanbod ontwikkelen voor elke leeftijdsfase, voor jong en oud, voor specifieke leefsituaties(bijv. gemengd gehuwden) voor groepen met een bijzonder doel (zoals vrijwilligers, ouders van vormelingen of pubers) en voor mensen die niet zo kerkbetrokken zijn, zoekenden en voor die zich niet-gelovig noemen maar wel geïnteresseerd zijn.

1. Kerngroep Catechese
Het vormen van een Kerngroep Catechese die de vraag en het aanbod van catechese in de federatie overziet, stimuleert en coördineert.
Deze kerngroep wordt gevormd door ter zake kundige vrijwilligers en een lid van het pastorale team. Hun taak is te inventariseren van wat parochies momenteel aanbieden, en zich te buigen over de mogelijkheden voor een breed, gevarieerd en creatief catechetisch aanbod voor zowel kerkbetrokkenen als rand- of buitenkerkelijke mensen in de federatie. De kerngroep stuurt en coördineert het uiteindelijke catecheseaanbod.
De kerngroep bevordert de onderlinge samenwerking in de federatie door regelmatige ontmoetingen van de parochiële catechese werkgroepen.
1. specifiek t.a.v. Kindercatechese
De catechetische activiteiten rond 1e Communie en Vormsel zijn er op gericht kinderen te doen groeien in hun geloof en hen te laten ingroeien in de parochiegemeenschap. De parochiegemeenschap biedt een vertrouwde en gastvrije plek aan kinderen, waar ze vertrouwd raken met het geloof in leren, vieren en dienen, bijv. in kinderkoor, misdienaars, gezinsvieringen en kinderwoorddienst.
Buiten de voorbereidende catechese op 1e Communie en Vormsel wordt een nieuw aanbod ontwikkeld van kindercatechese in de tussenliggende jaren van groep 5 t/m 7.
2. specifiek t.a.v. Doop- en Huwelijkscatechese
De catechese voor zowel doopouders als bruidsparen die plaatsvindt tijdens gezamenlijke catechetische ontmoetingen wordt verder uitgewerkt. Waar mogelijk gaan vrijwilligers leidinggeven aan deze bijeenkomsten, terwijl pastores zorg dragen voor de catechetische inhoud.
3. specifiek t.a.v. Catechetische vorming vrijwilligers
De ontwikkeling van een concreet aanbod heeft tot doel de catechetische vorming van alle vrijwilligers te stimuleren. Deze vorming richt zich op geloofsgroei van de vrijwilliger.
4. en verder…
is de wens geuit om aandacht te hebben voor de catechese op de scholen; en een eventuele aanstelling van een catecheet te bezien.
Deze beleidslijnen zullen in verschillende werkplannen verder uitgewerkt worden.

Literatuurlijst.

"Zoals Hij onderweg met ons sprak”. Beleidsnota parochiecatechese bisdom Rotterdam; dec. 1996.
Parochiecatechese, DPC-bulletin 1997, no 1 en 2
Nieuwe wegen in de catechese, DPC-bulletin 2000, no 3
Grasduinavonden, Dekenaat documentatiecentrum




6. Diaconie – dienen


 

6.1 Visie
     Gerechtigheid en Vrede kussen elkaar.Psalm 85.

Diaconie, de christelijke dienst van zorg, solidariteit en strijd ten behoeve van mensen in nood is een van de kerntaken van ons Kerk van Christus zijn. Anders dan liturgie, catechese en pastoraat is diaconie voor velen in onze parochies niet direct een open boek. Toch is dienen een hartzaak van christenen. Dat vraagt dat wij ons binnen de federatie inspannen om elkaar daarvoor te openen. Het gaat om het dubbelgebod van de liefde. Bij de dekenale herindeling ontving dekenaat Het Groene Hart als eerste haar sociale kaart. Ook beschikt heel ons bisdom sinds 2000 over de beleidsnota “Wanneer hebben wij U gezien? op zoek naar de schatten van de kerk”. Vooral die nota mag onze richtingwijzer en ons uitgangspunt zijn.
Als de eucharistie het wezen van de Kerk uitbeeldt en bewerkt, mag ons te binnen schieten dat Jezus neerknielde om de leerlingen de voeten te wassen voordat hij in dat paasgebaar brood en beker nam. De mis houdt voor allen een missie in, een zending. Ook hier kan het Emmaüsverhaal (Lc. 24,13-35) ons de ogen openen. Als de Ongekende onderweg meeloopt en de leerlingen opent voor het verstaan van de Schrift, hándelen zij ook naar die Schrift. Zij openen hart en huis voor de vreemde. Pas dan kan in het gebroken brood de Heer gekend worden.
Wij kennen uit het Oude Testament Gods voorkeur voor de zwakken. Verder is de schrifttekst uit Mat. 25“al wat je één van deze minste broeders en zusters van mij hebt gedaan heb je mij gedaan.”- de verbazingwekkende uitdrukking van onze mogelijkheden om niet alleen vol verwachting uit te zien naar het Rijk Gods, maar daar ook zelf met hart en handen aan te bouwen.
De Schrift in haar geheel is vol van de overtuiging dat wij tot Dienst geroepen zijn. Daarbij is het omgekeerde perspectief van belang: niet de helper maar de gedupeerde mens staat centraal bij de vraag: of wíj de naasten willen zijn van die mens die langs de weg ligt. Het ideaalbeeld van wat de kerkgemeenschap kan zijn (Handelingen 4, 32-35) houdt ons een spiegel voor: “Er was geen enkele noodlijdende onder hen.” De armen wijzen ons op onze levensopdracht.
Diaconie strekt zich verder uit dan alleen tot de huisgenoten in het geloof. Het gezicht van de Heer is niet enkel in christenen te herkennen maar in elke getroffen mens, dichtbij en ver weg.
De verzorgingsstaat is voorbij: er is sociale nood, al is het vaak een kunst deze te kunnen zien.
Onze samenleving wordt door veel factoren problematisch, maar als een geloofsgemeenschap vooral met zichzelf bezig is blijft het meeste van de nood voor haar nog meer verborgen. Deze betreft: geestelijke nood, uitsluiting en materiële armoede, met als gevolg een zichtbare tweedeling. Behalve in de PCI, zijn de parochies het een beetje verleerd daar oog voor te hebben. Bovendien zijn deze vragen voor de afzonderlijke kerkgemeenschappen te wijd en ingewikkeld. Ze vragen om een aanhaken bij acties van anderen: parochies, kerkgenootschappen, enz.


6.1.1 Parochiële Caritas
De PCI staat voor onze Caritas: het uit christelijke overtuiging gestalte geven aan de opdracht van de kerk tot dienst aan de samenleving, door aandacht te wijden aan de concrete noden en behoeften van personen en groepen en daardoor bij te dragen aan het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid in de huidige situatie, hier en nu.
Doelstelling van elk PCI is de Caritas blijvend een herkenbare plaats te bieden en een werkzaam instrument te zijn voor die Caritas in en vanuit de parochies. Zij beheert het daarvoor opgebouwde vermogen van de Caritasinstelling, zorgt voor het verwerven van middelen en voor de doelmatige aanwending daarvan ten bate van de Caritas.

6.1.2 Missie, Ontwikkeling en Vrede
Dieper in de traditie geworteld is het zicht op de nood van de wereld van het Zuiden en van de kerk daar. Dat heeft in de - meestal kleine - werkgroepen voor missie, ontwikkeling en vrede (MOV) gestalte gekregen. Hun inzet voor het werk aan een wereld die toekomst heeft vindt in parochies wel enige weerklank, gestimuleerd door nog een enkele missionaris en jongeren die ergens heel concreet aan ontwikkelingswerk doen. - Het vredeswerk is veel minder zichtbaar.
Toch valt diaconie hiermee niet samen: zij vraagt zicht op de nood in onze eigen samenleving. Dat zicht is naar onze overtuiging een van de vitaminen die ons brengt naar het doel van de federatie De Regenboog*: vitalisering van de zeven geloofsgemeenschappen.

6.1.3 Nood in de samenleving
Het gaat om dienst aan de nood in de samenleving van het Groene Hart en van de Randstad er omheen. Niet van een paar mensen, maar van de gezamenlijke parochies zélf in de federatie en ons dekenaat vraagt dit om een gerichtheid, samen met andere kerken en organisaties, op wat buiten onze eigen kring gaande is. Dat dit van iedere parochie afzonderlijk Solidariteit, Soberheid en vooral een levensechte Spiritualiteit vraagt, betekent meer dan een woordenspel.

Diaconie geeft door wat wij zelf ontvangen hebben: geen geld of brood maar Barmhartigheid.

Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald
   en is  m e n s  geworden.

6.2 Beleidslijnen
De visie op Diaconie legt in de vóór ons liggende jaren in de federatie de volgende accenten:

In de federatie een kerngroep Diaconie vormen rond een der pastores, om de diaconale opdracht te coördineren en verbinding te onderhouden met een op te richten Overleg P.C.I. en Overleg M.O.V. Deze komen met enige regelmaat bijeen om uit te wisselen en van elkaar te leren, m.n. hoe wij missionair kunnen zijn naar niet-kerkbetrokkenen en naar het Groene Hart.
Deze kerngroep ondersteunt verder de onderstaande bewegingen en initiatieven:

1 Elkaar de ogen openen om de nood te kunnen zien. door team, P.C.I. en Parochiebesturen.
* mensen samenbrengen en vormen, juist spiritueel, om te kunnen luisteren naar * gedupeerden.
* weten hoe onze streek verschraalt, en met parochies samen de sociale kaart openleggen.
* bewust verkondigen, zodat diaconie een plek krijgt in het midden van elke parochie.
* de ervaring inzetten van de dekenale medewerker voor diaconie en arbeidspastoraat.

2 Vieren en dienen en leren met elkaar verbinden.  door team en Parochiebesturen.
* liturgie en catechese koppelen aan de opdracht tot dienst, ook bij 1’ Communie en Vormsel.
* in vieringen laten horen en zien hoeveel er ter plaatse al gebeurt aan onderlinge hulp.

3 Gestalte geven aan zorg, solidariteit en verzet.  door team, P.C.I. en Parochiebesturen.
* de nuancering concreet maken: zorg, solidariteit en strijd zijn verschillende elementen; bezwaar aantekenen bij de gemeente is wat anders dan zelf ouderenvervoer verzorgen.
* niet vooral praten maar doen: jaarlijks pakt elke parochie één een dergelijk project op.
* lokaal participeren in het opmerken van wat onrecht is.
* de p.r. van de parochies juist in dit opzicht goed verzorgen.

4 Invulling geven aan netwerken.  door team, P.C.I en Parochiebesturen.
* toerusting bieden aan groepen en contactpersonen om de nood te kunnen signaleren.
* contacten leggen met andere kerkgenootschappen, van elkaar leren, en samen doen.
* bondgenoot worden van organisaties, en parochianen daarin op hun inzet serieus nemen.
* blinde vlekken opsporen en ontdekken hoe je als kerk in de kleine kernen kan ondersteunen.

5 Zichtbaar helpen maken van de P.C.I. door team en P.C.I.
* hen.ondersteunen in een zicht krijgen op nood dichtbij; ook nood aan liefde en zingeving.
* hen stimuleren in een goed beheren, maar ook in het goed aanspreken van de middelen.
* door geregelde publiciteit werken aan een herkenbaar gezicht van binnen de parochies.
* grotere openheid bewerken door de PCI’en samen te brengen in verdergaande uitwisseling.

6 Koppeling in stand houden tussen P.C.I.’enen Parochiebesturen. door team en beide besturen.

* gezien haar doelstelling (herkenbaar én werkzaam in parochies) bepaalt het PCI samen met het parochiebestuur -b.v. op hun jaarlijkse gezamenlijke vergadering- de diaconale agenda van de parochie, waarbij ieder een eigen aandeel heeft. Zo krijgt de Caritas een herkenbare plaats.

7 M.O.V. groepen.  door team, M.O.V. en Parochiebesturen
- gebruik maken van de jaarlijkse momenten – Solidaridad, Vastenactie, Week Nederlandse Missionaris, Vredesweek, Wereldmissiemaand- om de diepere bewegingen aan te wijzen.
* bewust worden dat niet alleen wíj geven: van het Zuiden hebben wij ook veel te ontvangen.
* aandacht voor onze jongeren die zich verbonden hebben aan projecten in het Zuiden.
* in ons midden mensen met interesse en kennis opsporen om het vredeswerk te dienen.

Literatuurlijst.

‘Wanneer hebben wij U gezien? Op zoek naar de schatten van de Kerk’ Beleidsnota Diaconie in het bisdom Rotterdam, augustus 2000
‘Werken aan een wereld die toekomst heeft, beleidsnota voor de missionaire opdracht van de kerk in het Bisdom Rotterdam’, Bisdom Rotterdam, 1998
‘Sociale kaart van het dekenaat ‘Het Groene Hart’, een aanzet tot diaconaal beleid’, Kaski, juni 1998






 7. Pastoraat
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

       Visie en beleidslijnen PASTORAAT                                    

Inleiding.
“Ben ik dan de hoeder van mijn broeder?” Deze vraag stelt Kaïn aan zijn Schepper. Het antwoord is niet te vinden in het boek Genesis (4;9) maar het zou ongetwijfeld luiden: “Ja, natuurlijk.” In Gods ogen zijn wij hoeder, herder, pastor van elkaar. Pastoraat houdt vóór alles in: omzien naar elkaar. Oog en oor hebben, zorg dragen. Deze zorg strekt zich uit van persoonlijke vragen van mensen tot vragen die ontstaan in de maatschappelijke context waarin zij verkeren.
Pastoraat is een breed begrip. Het gaat ook om geloofscommunicatie: het persoonlijke en gemeenschappelijke levensverhaal van mensen waarin het evangelie van Jezus en de kerk een plaats heeft.

Visie op pastoraat.
De term pastoraat wordt evenals het synoniem pastorale zorg in twee betekenissen gebruikt.
    a.    In brede zin worden deze woorden gebruikt als koepelwoord om het totaal van de vijf vormen van de zorg van de kerk voor mens en wereld, als dienst van heil. Te weten: liturgie, catechese, diaconie, gemeenschapsopbouw en pastoraat in strikte zin.
    b.    In strikte zin, dit deel van het beleidsplan, worden de termen pastoraat, pastorale zorg gebruikt als aanduiding om het specifieke veld van het persoonlijk en groepsgewijze gesprek aan te duiden.
De zorg in het pastoraat betreft heel de mens, speciaal de ‘binnenkant’. Het gaat om omzien naar elkaar binnen de religieuze en gelovige traditie: ‘Voor elkaar zo goed als God te zijn’, wiens naam is: “Ik zal er zijn”.

De zeven parochies willen ieder een open en gastvrije geloofsgemeenschap zijn. Pastoraal omzien kan een bindmiddel zijn tussen mensen, de geloofsgemeenschappen en daarbuiten. Het vindt plaats als er moeilijkheden zijn, bij verdriet maar ook bij vreugde en in het alledaagse leven. Pastoraat is erop gericht om ieder tot zijn of haar recht te laten komen, voor het eerst of opnieuw, dit in navolging van Jezus die oog, oor en hart had voor alle mensen die op zijn weg kwamen en deed opstaan.

In het hele veld van pastoraat laten zich de volgende doelgroepen zien:
    1.    Nieuwkomers.
Mensen van elders, die hier komen wonen, hen willen wij welkom heten. Via wijkcontactpersonen of het Sila weten we van een nieuwe bewoner/ gezin. We verstrekken informatie en tonen interesse om niet, om de mens als persoon. Laagdrempeligheid combineren met een gastvrije gemeenschap is hier van belang.

    2.    Mensen in bijzondere situaties.
Pastoraat van nabijheid krijgt gestalte bij geboorte etc. Maar ook bij andere ingrijpende gebeurtenissen in het persoonlijke leven of ook in de samenleving die leiden tot geestelijke nood, wil de geloofsgemeenschap aandacht voor deze mensen tonen. Deze aandacht kan ook buiten de eigen kring reiken. Meeleven, helpen, troosten, luisteren en trouw zijn, zijn hier belangrijke trefwoorden.

    3.    Jongeren.
Met het jongeren willen we als geloofsgemeenschap oplopen en in gesprek gaan over levensvragen. (vlg. Emmaüs model) Als geloofsgemeenschap geven we de jongeren een open en gastvrije plek waar ze groeikansen krijgen.

    4.    Ouderen.
In de federatie is een drietal huizen waar onze ouderen verzorging aangeboden krijgen. Deze instellingen moeten voorwaarden scheppen om pastorale zorg mogelijk te maken. Veelal bieden deze huizen ook de ouderen die op zichzelf wonen meerdere dagdelen per week aan activiteiten aan. Het blijft voor de parochies een punt van voortdurende alertheid om de ouderen die tussen ons in wonen met aandacht en zorg te dienen. Het ouderenpastoraat blijft te alle tijden een parochiële zorg.

    5.    Nieuwe mogelijkheden voor pastoraat.
Naast de vier hierboven genoemde velden moeten wij als geloofsgemeenschap ons pastorale blikveld verruimen o.a. door bij ingrijpende maatschappelijke gebeurtenissen aandacht te hebben voor de impact hiervan op mensen in onze omgeving. Welke kant het op moet is nog niet duidelijk te zeggen. Wat wel te zeggen is dat ons beleid gericht is op het zoeken naar aansprekende manieren en nieuwe mogelijkheden om mensen pastoraal nabij te zijn. Het vraagt van mensen die het evangelie als richtsnoer gebruiken een speciale gevoeligheid om deze mogelijkheden en kansen op het spoor te komen. Het vraagt dat er een bewust wordings proces opgang komt. Het is zinvol om regelmatig contact met de locale overheid en andere organisaties elkaar te informeren en het een en ander af te stemmen. Verwachtingen op dit gebied naar elkaar uitspreken is van belang.

Beleidslijnen.

Verantwoordelijkheid voor pastoraat.
De verantwoordelijkheid voor het pastoraat wordt gedragen door de beroepskrachten (het pastorale team) en gedeeld met de pastoraatgroepen. Dat neemt niet weg dat de pastorale zorg een taak is voor en de verantwoordelijkheid van de hele geloofsgemeenschap. Hierin zijn personen of groepen die pastoraat ontvangen maar ook zelf geven; een wederkerige relatie.
In iedere parochie is een pastoraatgroep zeer gewenst. (zie Kaderregeling voor pastoraatgroepen in het bisdom Rotterdam, uitgave september 1999.) De pastoraatgroep kan een groot deel van de leiding op zich nemen, mede uitvoering aan het pastorale werk geven, en zelf leiding en ondersteuning geven aan anderen die in de parochie meewerken.
In de federatie willen wij 1 á 2 maal per jaar bijeenkomen met team en alle pastoraatgroepen voor ontmoeting, vorming en toerusting.
Het beleid is de pastoraatgroepen te begeleiden en zich verder te laten ontwikkelen.

Uitvoering van het pastoraat.
Het omzien naar elkaar zou spontaan en vanzelfsprekend moeten zijn. Toch is dit niet zo. Via een netwerk van wijkcontactpersonen willen we daarom het wederzijdse contact tussen parochie en parochiaan organiseren. Het werk van een wijkcontactpersoon kan samengevat worden in het woord “aandacht.”
Ons beleid is erop gericht om in elke parochie een netwerk op te zetten en begeleiden.
Daarnaast is er voor mensen / groepen in bijzondere situaties “zorg” nodig. Deze specifieke zorg zal in elke parochie op een of andere manier gestalte krijgen.
Deze zorg taak vraagt van vrijwilligers meer. Dit méér kunnen ze geven omdat ze ervaringsdeskundigen zijn of omdat ze daartoe de nodige toerusting hebben ontvangen.

Vorming en toerusting.
We willen de vorming en scholing van vrijwilligers en pastorale beroepskrachten graag stimuleren. Te denken valt aan impulsdagen en thematische dagen, kort lopende cursussen of de pastorale school.

Bondgenoten in het pastoraat.
Daar waar samenwerking mogelijk en wenselijk willen we dat stimuleren. Te denken valt aan andere kerkgemeenschappen, gemeente maar ook organisaties zoals De Zonnebloem.
Het elkaar leren kennen, het inventariseren en in kaart brengen van wat er gebeurt aan pastorale nabijheid, geeft een overzicht van al bestaande samenwerking en raakvlakken. Vandaar uit kan verder gebouwd worden.
Dit alles omdat wij als mensen geroepen zijn elkaars broeder en zuster te zijn op weg naar het rijk van God dat hier in ons midden stapje voor stapje zichtbaar wordt.


Gebruik gemaakt van de gespreksnota ‘Omzien naar elkaar’. 13 juni 2000. Uitgegeven door het bisdom Rotterdam.


Visie en beleidslijnen aangaande het jongerenpastoraat in de federatie De Regenboog.

Visie.
          Jongeren staan aan het begin van het leven. Jong zijn is een mooie maar niet altijd gemakkelijke tijd. Het is een tijd van jezelf en de wereld om je heen ontdekken. Jong zijn is een levensfase waarin je houvast zoekt, thuis, op school, in je lichaam, bij vrienden, in studie en hobby, in deze wereld, bij God. Juist in deze levensfase kan de parochiegemeenschap een belangrijke bijdrage leveren aan de groei tot menszijn. Het jongerenpastoraat wil de jongeren bijstaan in het helpen vinden van hun houding in het leven.
          Dat brengt ons bij twee doelstellingen waarop het pastorale team en de stuurgroep koerst. De ene is algemeen menselijk van aard; levenszingeving, levensvormend. Het leven krijgt vorm in het contact met anderen in al zijn facetten. Dit is de horizontale lijn. Even belangrijk is de verticale lijn, de geloofsverdieping. Het is de verbintenis met het onzichtbare, met God. Jongeren vragen zich sterk af wat ze hier op aarde doen, waardoor deze relatie belangrijk wordt. De kerk mag mensen wijzen naar God, naar het niet zichtbare. Hoe verhoudt zich het levensverhaal van de jongeren met dat van de Schrift? De kerk heeft woorden (Schrift), traditie en rituelen om aan die gevoelens vorm te geven. Om te kunnen wortelen bij God en bij de ander, om vaste bodem in het leven te vinden zet jongerenpastoraat in op 1. levensvorming en 2. geloofsverdieping.                          
          Jongeren zijn zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het eigen leven. Als parochiegemeenschappen maken wij de keuze dat wij met deze groep jonge mensen op weg willen gaan bij het ontwikkelen van hun eigen leven. Zowel sociaal maatschappelijk als gelovig. In die ontwikkeling, zullen de jongeren zelf de hoofdrol vervullen.
          Voor het opstellen van een programma willen wij de volgende vier kwalificaties aangeven waaraan deze zou moeten voldoen. De volgorde is niet willekeurig.
1.    Relationeel. Jongeren staan in relatie. Jongeren denken sterk vanuit zichzelf. Dat wil niet zeggen dat ze egoïstisch zijn. Ze hebben contact met vrienden op school en in hun vrije tijd. De ouders thuis en de kerk. God heeft ook een plaats, vele jongeren bidden. De mens wordt pas mens via communicatie en relatie met de ander/Ander. Het vraagt vertrouwen, openheid, dat je gezien en gehoord wordt om wie je bent. Bij het opbouwen van relaties met jongeren zijn zowel de parochianen, het bestuur, de vrijwilligers als de pastor in beeld Relaties opbouwen met jongeren vraagt van allen een tijdsinvestering
2.    Dynamisch. Het is een op-weg-zijn. Meelopen zoals de vreemdeling met de Emmaüsgangers. Jongeren hebben vele keuzemogelijkheden op hun weg door het leven. De parochie wil een tochtgenoot zijn die hen helpt opbouwend en kritisch te reflecteren op hun eigen ervaringen en inzichten. Waar gaat het om? Het vraagt ook om af en toe stil te staan, bezinnen, bidden.                                                                                                          3.    Ontwerpend. Jongeren beseffen dat ze zelf op zoek moeten gaan naar wat hun leven inhoud kan geven. Waar ben ik goed in? Welke keuze maak ik? Onzekerheid over zichzelf, je lichaam. Angst omdat je het (nog)niet weet. Voor het eigen levensontwerp is wederkerigheid onmisbaar. Met wie ga ik een relatie aan? We willen samen, begeleiders en jongeren, kijken naar deze keuze mogelijkheden. Door de wederkerigheid worden beide rijker.                                                                                                                           4.  4.    Zingevend. Een relationeel, dynamisch en ontwerpend jongerenpastoraat geeft jongeren de gelegenheid om de basisvragen van het leven aan de orde te laten komen. Waar gaat het om in mijn leven? Daarbij horen de zingevingvragen: waarvandaan, waartoe, waarom en waarheen? Als kerkgemeenschap, als volk onderweg, worden wij geholpen door die vreemdeling, die later Jezus blijkt te zijn. Het evangelie is de bedding waarin de jongeren tot een bewuste eigen keuze kunnen komen.      

Beleidslijnen.
          De hierboven genoemde visie vraagt om beleidslijnen om de boodschap die wij als kerkgemeenschap hebben ervaarbaar te laten zijn met namen voor de jongeren. Een boodschap voor iedere jongeren waaraan ze zelf hoop, moed en kracht uit kunnen putten. Om de doelstelling (levenszingeving en geloofsverdieping) gestalte te geven hebben wij als pastoraal team in overleg met de stuurgroep enkele speerpunten uitgekozen. Het is een keuze omdat niet alles aandacht kan krijgen.
          In het programma aanbod van het jongerenpastoraat proberen we het accent te leggen op de volgende vier elementen:
1.    Bezinning. Het is het samen verder kijken, de diepte / de hoogte in. Gezamenlijk nadenken over de grondvragen van kerk en geloof: omgang met God, gemeenschap zijn en zorg voor anderen.
2.    Alternatieve vieringen. Er zijn vele vormen van viering mogelijk. We gaan open en creatief opzoek naar vormen die aansluiten bij de belevingswereld van jongeren. 
3.    Het creëren van informeel moment(en). Jongeren bijeen brengen, elkaar laten ontmoeten. Niet alleen de jongeren onderling ook het ontmoetten van anderen, ouders, begeleiders. Ook proberen om de verschillende groepen met elkaar in contact te brengen.
4.     Het parochie breed werken aan een jaarproject. Gezamenlijk een taak oppakken. Van vastenactie tot fotoproject.
          Doelgroepen. In het jongerenpastoraat zijn twee doelgroepen te onderscheiden te weten de 12 – 15 jarigen en de 15 - 25 jarigen. De eerste groep zijn voornamelijk de na-vormsel groepen. De jongeren van de tweede leeftijd categorie zijn voornamelijk te vinden in de jongerenkoren. Beide groepen vragen een eigen aanpak en bieden eigen mogelijkheden.
          Parochie en federatie. Wij beschouwen de parochie, naast het eigen gezin, de plek waar jongeren kennis maken met het geloof. De jongeren krijgen door de parochie contact met de kerk, het evangelie en de christelijke traditie. De rol van de middelbare school hierin is zeer uiteenlopend.
Rond het sacrament van het vormsel, in groep 8, worden de jongeren aangesproken. Dit is een goede uitgangspositie om met jongeren in gesprek te blijven. Het is ons streven te werken naar een betrokkenheid tussen jongeren en de parochie. Het vraagt werkelijke aandacht vanuit de parochie voor jongeren.
Dit brengt ons bij een aantal beleidslijnen:
  -  De parochie maakt zich sterk om vrijwilligers te werven en te motiveren.
  -  De parochie stelt een contactpersoon jongerenpastoraat aan, die een vertegenwoordigende en informerende taak heeft.
  -  In ieder parochiebestuur komt jongerenpastoraat minstens 1x per jaar op de agenda.
  -  De parochie stelt een werkgroep in om het jongerenpastoraat te coördineren
  -  De parochie schept voorwaarden middels ruimte en financiën.
  -  De federatie stelt pastor Straathof in de gelegenheid tijd te investeren is jeugd en jongeren. Hij is de eindverantwoordelijke.
  -  De federatie formeert rond pastor Straathof een “Kerngroep” van 3 mensen om het jongerenpastoraat in de federatie te coördineren. 

Gebruik gemaakt van: “Zintuigen voor jongeren” Beleidscommissie Jongeren.past. Bisdom Rotterdam. En uit: “Solidair en Sober”, Mgr. A.v. Luyn sdb. “Missie en waarden van het jongerenpastoraat.”

Literatuurlijst.
Kaderregeling voor pastoraatgroepen in het bisdom Rotterdam, bisdom Rotterdam, sept. 1999
‘Omzien naar elkaar’ Gespreksnota Ouderenpastoraat, bisdom Rotterdam, juni 2000





8.Liturgie
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]


DE LITURGIE IN DE PAROCHIES VAN DE FEDERATIE

VISIE
Ons federatiegebied bestaat al eeuwen uit verschillende geloofsgemeenschappen. Hun taak is het de Evangelische Boodschap een inspirerende plaats te geven in de samenleving van déze tijd. Elke parochie wil dicht bij het huis van God en dicht bij het huis van de mensen zijn, op het kruispunt van kerk en samenleving. Daartoe viert zij het geheim van ons geloof in Jezus van Nazareth die door zijn leven, zijn dood en verrijzenis, onze Heer en Christus is.
De liturgie beoogt een expressie in woord, gebaar en handeling - beleving met hoofd, hart èn lijf - van dat christelijk geloven. Liturgie is breed. Dít stuk richt zich op het biddend samenkomen van de plaatselijke geloofsgemeenschap tot gedachtenis aan Jezus. Vanuit het verleden komt Hij in dít heden tot ons als de Weg naar Gods toekomst en Koninkrijk. Door de viering worden wij ten volle zijn Kerk, en beleven we dat God en mensen elkaar nabij zijn.
Ook hier mag het Emmausverhaal uitbeelding zijn van Godsontmoeting, waar zoekers met elkaar oplopen in een aandachtig luisteren -grond van elke vorm van vieren-, de ander dienen, en uiteindelijk Christus herkennen in zijn Woord en in het breken van het Brood, de eucharistie.

Liturgie heeft eigen kracht. Haar bedding binnen de katholieke kerk heeft sterke papieren en geeft ons riten die waardevast bleken. Ons vieren wil met deze traditie op creatieve wijze omgaan, vooral in wat het tweede Vaticaanse Concilie (1963) ons vraagt: "Dat alle gelovigen worden gewezen op hun recht en hun plicht tot een volledig, bewust en actief deelnemen aan de viering. Dit moet de volle aandacht krijgen."

BELEID
Op de weg door de tijd hebben wij vele aspecten van dat vieren leren kennen. Naast veel wisselende elementen spelen daarbij ook heel constante een rol. Tegelijk vraagt die traditie ons om creativiteit en om het kleed van de huidige tijd. De liturgische beleidsnota voor ons bisdom, Hoe zijt Gij aanwezig, wijst ons op de noodzaak tot bezinning en op het zetten van de nodige stappen omwille van de voortgaande kwaliteit van onze vieringen.
   Luisterend naar de vragen van het kader en de parochianen stellen wij ons, binnen de mogelijkheden van onze federatie, achter deze nota als routeplanner. Ontmoeting en gesprek hierover met alle betrokkenen in de parochies kunnen nog een waardevolle aanvulling gaan vormen op de beleidslijnen die in dit onderhavige stuk getrokken worden.

Uitgangspunt is dat het de aanwezige gemeenschap zelf is die viert. Niet de voorgangers 'hebben vieringen' maar de zeven parochies. Het vieren in onze kerken is gevolg én bron. Daarom willen wij zoveel mogelijk verbindingen leggen met de andere kerntaken van leren, dienen en het opbouwen van de gemeenschap. Allen moeten evenwichtig in elk van die vier taken energie en tijd investeren. Wij beseffen hier dat slechts zo'n 10% van de parochianen deelt in de vieringen. Onze parochies moeten samen met het pastorale team keuzes gaan maken waar het gaat om de inzet van mensen en middelen. Een geringer aantal vieringen kan aan alles en allen meer ruimte geven.

BELEIDSLIJNEN
Rollen en taken
  Binnen de vierende gemeenschap is sprake van diverse rollen en taken: de gemeenschap zelf, in relatie daarmee de voorganger- pastor of vrijwilliger, verder lezers, zangers en helpers. Op de plaats van samenkomst moeten die alle tot hun recht kunnen komen, zodat zij elkaar dragen en versterken.

Gods Woord
  Het geloof wordt ons doorgegeven in woorden en verhalen, verkondigd en verstaanbaar gemaakt voor mensen van vandaag. Vooral de Schriftlezing krijgt in elke viering een nadrukkelijke plaats als een gebeuren dat ons overkomt. De Bijbel is de bron van onze gemeenschappelijke zending. Het is steeds de Heer zelf die ons voedt, niet alleen met brood en wijn, maar ook met het woord uit zijn mond.

Kerkzang
  Juist bij zoiets moois als kerkmuziek en zang is het de gemeenschap die viert. De koren hebben daarbij een dienstbare functie door goed te zingen én ook de aanwezigen tot zingen te brengen. Ook een cantor kan daaraan een bijdrage leveren. De psalmen hebben hun eigen plaats in de viering. Een goede hulp erbij is de in elke kerk aanwezige bundel Gezangen voor Liturgie. Muziekinstrumenten, zoals een goed orgel, en gevormde musici zijn onmisbaar.

Vorming
  Er groeit een generatie van niet liturgisch georiënteerde gelovigen. Dit vraagt niet alleen om een goede nadere vorming van allen die deelnemen aan de liturgie - ook de kerkgangers- maar daagt ons ook uit om nieuwe tijd - en situatieaangepaste vormen en inhouden van liturgie te ontwikkelen. Dit is al een speerpunt in onze federatie. Een toenemende schaarste aan priesters en andere pastores versterkt alleen maar de noodzaak hiervan.

Mogelijkheden
Bij de afweging van het aantal en de vorm van de vieringen spelen de feitelijke deelname, en ook de beschikbaarheid van pastores en andere voorgangers een rol. Wij streven naar één zondagsviering per kerk. Uitzicht biedt het gegeven dat iedere parochie heeft ingezet op de invulling van de functie van de gebedsleider. Deze kan in elk van de zeven kerken een waardevolle rol spelen waar het gaat om de kwaliteit en de voortgang van het vieren door de gemeenschap.

Wie voorgaan
Omdat bij ons sprake is van federatie, en daarom van zeven parochiekerken, kunnen onze gemeenschappen niet zonder vieringen onder leiding van parochianen. Al die vrijwilligers willen wij recht doen. Het is daarom van groot belang dat niet alleen de gebedsleiders maar zij állen ondersteund en gedragen worden door hun parochies. De bereidheid om zich voortdurend te laten vormen is daarbij een noodzaak.

Geen eilanden
Overweging verdient een groei naar 'totaalliturgie', waarbij zowel kinderen als de jeugd en ook de oudere generaties alle worden aangesproken, en ook allen hun verrijkende inbreng kunnen hebben. De schermen tussen de generaties mogen langzaam maar zeker verdwijnen.

Samenhang en kwaliteit
Liturgie heeft haar plaats binnen het geheel van de taken van elke parochie. Als federatie stimuleren wij het om vanuit onze vieringen zoveel mogelijk raakpunten te scheppen met de andere taakvelden van catechese, pastoraat en diaconie, met het oog op de worteling en de voortgang van het éne Evangelie. Daarnaast zijn blijvende vorming, toerusting en vooral nieuwe talenten onmisbaar, tot opbouw van de gemeenschap.

Uitvaarten
Voor alle vieringen in de federatie geldt dat zoveel mogelijk de eerstaanspreekbare pastor van de parochie, dan wel een van de overige leden van het pastorale team, voorgaat. Dit is gebaseerd op het criterium “eenheid van liturgie en pastoraat”. De leden van het team zijn belast met de zorg voor heel het pastoraat in de federatie, daaronder valt ook de zorg rond overlijden en uitvaart, evenals de nazorg voor de nabestaanden.
Wanneer de leden van het team onverhoopt niet kunnen voorgaan, is het aan het team om een vervangende voorganger te vragen. Dit zal zoveel mogelijk één van de vaste assistenten zijn.
Wanneer iemand uit de familie- of vriendenkring wil bijdragen aan de viering door bijvoorbeeld het uitspreken van een ‘In Memoriam’, dan is dat altijd mogelijk.

Jubilea
Voor een jubileum of bijzondere intentie vragen we de betrokkenen zich aan te sluiten bij de gemeenschapsviering op zondag of zaterdagavond volgens het rooster. Vanwege het evenwicht in de vieringen in het geheel van de federatie en o.a. ook de reistijd tussen de parochies, is het niet mogelijk voorganger, soort viering of tijd van de viering te veranderen.
We vragen parochianen op tijd contact op te nemen met het parochiesecretariaat; daar zijn het rooster en de agenda van de komende tijd bekend.
Het secretariaat informeert de eerste pastor, en vraagt de koster het te melden aan de voorganger van de betreffende viering, zodat deze ev. kan feliciteren en er aandacht aan kan besteden in het welkom, de preek, de voorbede.

Voor beide gebieden worden de parochiesecretariaten geïnformeerd.


9. Gemeenschapsopbouw
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]




10. Oecumene en dialoog met anderen
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

Hoofdlijnen van beleid:
Vanuit de (h)erkenning dat de wij samen met de gelovigen uit de protestantse en andere christelijke tradities volgelingen van Christus zijn, willen we onze gemeenschappen informeren en stimuleren om
    1.    andere christenen, hun kerken en geloofsgemeenschappen en voorgangers beter te leren kennen en met elkaar om te gaan op het punt van Schrift, Leer en Traditie.
    2    leren samenwerken met andere christenen, kerken en voorgangers, bijvoorbeeld bij de sluiting van een gemengd huwelijk, in een diaconaal project of in een viering in de week van gebed voor de eenheid van christenen.
Het ‘Charta Oecumenica, handvest voor groeiende samenwerking van de kerken in Europa’ (april 2001), is daarbij een hulpmiddel tot dialoog, waarmee we onze oecumenische taken op het spoor kunnen komen.
Doel van de inspanningen op het terrein van de oecumene is: de handen ineen te slaan om te doen wat samen beter gaat, te zien dat geloven niet overal ‘hetzelfde’ is en te ontdekken wat we gemeenschappelijk hebben.

Concreet:
* Inventarisatie van wat er in de verschillende parochies aanwezig is en al gebeurt.
* In de pastoraatgroepen aandacht hebben voor de plaatselijke oecumene en evt. activiteiten.
* In het vieringenrooster aandacht en ruimte hebben voor de plaatselijke contacten die uitmonden in oecumenische diensten/vieringen.
* Contact onderhouden met de ‘Willibrordvereniging voor de oecumene’ om plaatselijke en federatieve mogelijkheden te ontdekken.


Interreligieuze Dialoog
Naast de dialoog met de andere christenen groeit er ook ruimte voor de dialoog tussen christenen, joden en moslims, de tradities die teruggaan op Abraham.
Concreet is er alleen in Nieuwkoop een moslimgemeenschap met een moskee in Alphen aan den Rijn. Vanuit de Nieuwkoopse Gemeenschap van Kerken zijn hier contacten mee.




 

11. Personeel en vrijwilligersbeleid
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

1.   Inleiding.
De Commissie Personeelsbeleid werd in oktober 2003 verzocht een concept Personeelsbeleidsplan op te stellen t.b.v. van de beroepskrachten (het pastorale team) en de vrijwilligers in de Parochiefederatie. De Commissie bestaat momenteel uit 1 lid, t.w. Mevr. Diny Damen-Swanen . De behoefte bestaat om de Commissie uit te breiden met 3 á 4 personen, waarvan minimaal één werkzaam is als personeelsfunctionaris, dan wel hier beroepsmatig verstand van heeft.


In hoofdstuk 2. zal aandacht worden besteed aan ‘De functie en doelstellingen van de commissie personeelsbeleid. Hierna zal in hoofdstuk 3. worden ingegaan op de vraag ‘Waarom vrijwilligersbeleid’, waarin het belang van een goed vrijwilligersbeleid wordt aangegeven. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 4. ‘Vrijwilligersbeleid’ het geheel aan voorwaarden dat nodig is om vrijwilligers in een organisatie tot hun recht te laten komen. In hoofdstuk 5. volgt een aanzet tot het ‘Personeels- en vrijwilligersbeleid RK Parochiefederatie De Regenboog’, zoals dat door een werkgroep in 2003 werd voorbereid. Tenslotte worden in hoofdstuk 6. een ‘Plan van aanpak/aanbevelingen’ ter goedkeuring aan de Stuurgroep aangeboden.

Opmerking vooraf.
Omwille van de leesbaarheid wordt met het woord ‘vrijwilliger’ ook de ‘vrijwilligster’ bedoeld. ’Cie’ staat voor ‘Commissie Personeelsbeleid’.
 Waar gesproken wordt over ‘vrijwilligersbeleid’ worden steeds ‘vrijwilligers’ en ‘beroepskrachten’ bedoeld.



2. Functie en doelstellingen van de Commissie Personeelsbeleid i.o.

De functie van de commissie zou als volgt omschreven kunnen worden:

De Cie. bevordert de ontwikkeling van het personeelsbeleid in het kader van het algemene beleid van de parochies en de federatie.
In het bijzonder
 * draagt de Cie. bij aan de ontwikkeling van een passende organisatie voor het vrijwilligerswerk in de parochies en de federatie
 * stimuleert de Cie. dat de pastores en de parochiebesturen regelmatig met de vrijwilligersgroepen de voortgang van de werkzaamheden evalueren, alsook de voorwaarden scheppen die hiervoor nodig zijn.
 * stimuleert, coördineert, rapporteert en ondersteunt de Cie. het definiëren van het parochiële personeelsbeleid en het uitwerken van dat beleidsplan door de parochiebesturen. De parochies bepalen en leiden deze activiteiten.
 * draagt de Cie. ook zorg voor uitwisseling van ervaringen en opgedane kennis.

De doelstellingen werden als volgt gedefinieerd:

1. het definiëren van de werkgever/werknemer verhoudingen van betaalde beroepskrachten en de wettelijke verplichtingen die hiermee samenhangen
2. vaststellen in welke mate parochiebesturen (of anderen, b.v. het Bisdom) als opdrachtgever dienen te fungeren t.o.v. de betaalde beroepskrachten en de gevolgen die dit voor de gezagsverhoudingen heeft
3. het doen van aanbevelingen ten aanzien van de voorwaardenscheppende functie van het bestuur voor de betaalde beroepskrachten en de vrijwilligers m.b.t. borgen van de continuïteit, optimale werksfeer en resultaat
4. het ontwikkelen van een goed vrijwilligersbeleid door middel van een stappenplan

Opdracht aan de commissie personeelsbeleid

1.Werkgeverschap
    Is er sprake van werkgeverschap?

1.1 Uitzoeken wat de arbeidsverhoudingen zijn van de parochiebesturen (en anderen, b.v. het Bisdom) in de federatie
  -  t.o.v. de gewijde ambtsdrager (priester, diaken)
  -  t.o.v. de pastorale werker m/v.
  -  t.o.v. overige betaalde medewerkers bijvoorbeeld dirigent, organist, kerkhofbeheerder, secretariaatsmedewerker

1.2 Uitzoeken aan welke wettelijke regelingen de werkgever moet voldoen.
Uitzoeken wat de gevolgen van de verschillende vormen arbeidsverhoudingen zijn
m.b.t. salariëring, sociale verzekeringen, pensioenregelingen, belastingen, secundaire
arbeidsvoorwaarden, e.d.

1.3 Welke verantwoordelijkheid hebben het pastorale team en de parochiebesturen t.o.v. de vrijwilligers?

2. Opdrachtgeverschap

2.1 Uitzoeken waarover en in welke mate de parochiebesturen (en anderen, b.v. het Bisdom) opdrachtgever zijn
  -  van de gewijde ambtsdrager
  -  van de pastorale werker m/v
  -  van de overige betaalde medewerkers bijvoorbeeld dirigent, organist, kerkhofbeheerder, secretariaatsmedewerker

D.w.z. in welke mate zij zeggenschap hebben over de werkzaamheden van het pastorale team
  *  over het beleid en de uitvoering m.b.t. de pastorale taken
  *  over de formele aspecten van de werkzaamheden, bijvoorbeeld het zich houden aan de afgesproken werktijden, de omgang met de parochianen, de omgang met de vrijwilligers die mede de werkzaamheden uitvoeren.

Met andere woorden:
Wie vormt het verantwoordingskader
  *  van de gewijde ambtsdrager
  *  van de pastorale werker
  *  van de overige betaalde krachten
Wie is er bevoegd om het functioneren van deze mensen te beoordelen.
Op welke manier zou dit kunnen gebeuren?


2.2 Uitzoeken waarover en in welke mate het pastorale team en de parochiebesturen opdrachtgever zijn
  *  van de vrijwilligers die pastorale taken uitvoeren
  *  van de vrijwilligers die niet-pastorale taken uitvoeren.

Met andere woorden:
Wie vormt het verantwoordingskader van deze categorieën vrijwilligers?
Wie is er bevoegd om hun functioneren te beoordelen.
Op welke manier zou dit kunnen gebeuren?


3. Voorwaardenscheppende functie

3.1 Uitzoeken, wat de voorwaardenscheppende functie van het bestuur is voor het pastorale team m.b.t. borgen van de continuïteit, optimale werksfeer en resultaat
Bijvoorbeeld m.b.t. werkbelasting, begeleiding, adviseren, toerustingsmogelijkheden,
etc.
Moet er een “arbeidscoördinator” aangesteld zou kunnen worden in overleg met het
pastorale team?

3.2 Uitzoeken, wat de voorwaardenscheppende functie van het pastorale team en de parochiebesturen is voor de vrijwilligers m.b.t. borgen van de continuïteit, optimale werksfeer en resultaat.
Moet er een vrijwilligerscoördinator worden aangesteld?

4. Ontwikkeling van een goed vrijwilligersbeleid

4.1 De ontwikkeling van een bestuurlijk beleid ten aanzien van vrijwilligers door de
      parochiebesturen.
4.2 Een inventarisatie van alle vrijwilligers.
4.3 Het opstellen van een vrijwilligersreglement door de parochiebesturen.
4.4 Het opstellen van functieomschrijvingen voor alle vrijwilligers door de afzonderlijke
      werkgroepen.
4.5 Het opzetten van een vacaturebank vrijwilligers

Aanvulling: nagegaan kan worden in hoeverre sommige genoemde zaken al geregeld of aanwezig zijn binnen Bisdom en Dekenaat. In welke mate is het mogelijk dit over te nemen en zonodig aan te passen aan de situatie van de federatie?


3.   Waarom vrijwilligersbeleid?
Een vrijwilligersbeleid maakt deel uit van het algemene beleid van een parochie en haar samenwerkingsverband. Het is bedoeld om de kwaliteiten van de vrijwilligers zo goed mogelijk op de realisering van de doelstellingen van de parochies en de federatie af te stemmen.
Een goed vrijwilligersbeleid zorgt ervoor dat mensen met plezier beginnen, enthousiast werken, hun taak goed afronden en eventueel doorstromen. In veel parochies ontbreekt er wat dat betreft het een en ander.
Vrijwilligers hebben recht op een goed beleid en duidelijke, concrete doelen zodat zij weten waar zij aan beginnen.
De pastores en de parochiebesturen dragen de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van een vrijwilligersbeleid. Dit schept duidelijkheid over functies en taken van vrijwilligers in de verschillende parochiële werkvelden.
Ook functie- en taakomschrijvingen en profielschetsen horen in het beleid evenals verantwoordelijkheden en bevoegdheden, coördinatie, verzekeringen en onkostenvergoedingen, etc.
Een schematisch overzicht kan inzicht geven in structuur, opbouw en groeperingen in de parochies.
Dit beleidsplan moet geen gedetailleerd plan of een strakke organisatie zijn, maar hierin moet wel duidelijk worden dat vrijwilligerswerk een erkende en gewaardeerde plek heeft binnen de parochies.
Al werkende kan iedere werkgroep het beleid voor het eigen werkveld invullen.


4.   Vrijwilligersbeleid.

4.1   Omschrijving vrijwilligersbeleid (Gebaseerd op de Kadercursus Kerkopbouw).
Het geheel aan voorwaarden dat nodig is om vrijwilligers in een organisatie tot hun recht te laten komen en hun eigen doel na te laten streven op een zodanige manier dat ook de doelstellingen van de organisatie daarmee worden gediend.
Vrijwilligersbeleid kent drie pijlers: visie, voorwaarden en verbintenis.



4.1.1   Visie
Welke betekenis hebben vrijwilligers voor de organisatie en welke betekenis heeft de organisatie voor de vrijwilligers. Visie is de basis voor voorwaarden en verbintenis.

Elementen voor visie op vrijwilligerswerk:
1. Alle gelovigen zijn op basis van doopsel en vormsel geroepen om bij te dragen aan de uitbouw en zending van de kerk. Iedere gelovige heeft het recht en de plicht om de gaven van de Geest ten goede van de mensen en tot uitbouw van de kerk uit te oefenen.
2. Vrijwilligerswerk is voor veel gelovigen een manier geworden om het geloof te kunnen beleven en gestalte geven. Het biedt gelegenheid om in eigen kring geloofsactiviteiten te ontwikkelen, zichzelf als kerklid te ontplooien en sociale contacten met andere gelovigen te onderhouden.
3. Vanuit gelovig engagement hebben parochianen zorg voor elkaar(onderlinge hulp) en voor anderen.
4. Vanuit de gedachte van gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid dragen parochianen een steentje bij aan de parochie.
5. Vrijwilligerswerk is deels ook aanvulling op het werk van ambtsdragers vanwege het tekort aan pastores.
[Wat is de visie op het vrijwilligersbeleid in de Regenboog federatie en de afzonderlijke parochies? – Cie.]

4.1.2   Voorwaarden.
a. Taakafbakening (instroom): afstemming tussen betrokkenen waarbij afspraken worden gemaakt over inhoud en begrenzing van vrijwilligerstaken. Helderheid dient goede samenwerking met vrijwilligers en de vrijwilligers onderling. Een goede afstemming draagt ook bij tot welbevinden en betrokkenheid.

Middelen:
  -  Goede afspraken
  -  Schriftelijk vastleggen van visie en richtlijnen (parochieel beleidsplan; vrijwilligersreglement)
  -  Functie- en taakomschrijvingen werkgroepen, waarin tevens verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd.
  -  Samenwerkingsovereenkomst/vrijwilligerscontract

b. Werving, selectie en introductie (instroom): activiteiten die een goede intrede van nieuwe vrijwilligers in de organisatie bevorderen. Draagt bij aan een goede basis voor verdere samenwerking, is een adequate voorbereiding op taken en bevordert het welbevinden van de vrijwilligers. E.e.a. wel in overeenstemming met de grootte en de zwaarte van te taak en de maat van de parochie.

Bij werving kan een onderscheid gemaakt worden tussen indirecte werving en gerichte werving (taak- en participatiegericht).

Middelen:
  -  Persoonlijke werving.
  -  Doelgerichte werving.
  -  Wervingsacties: bundeling van middelen.

Selectie is het vinden van de juiste plek bij de juiste vrijwilliger

Middelen:
  -  Lijst van verwachtingen en selectiecriteria.
  -  Sollicitatiegesprek.
  -  Ruimte voor wederkerigheid.

Introductie: kennismaking met taken, medewerkers en organisatie.

Middelen:
  -  Inwerken in activiteiten.
  -  Proefperiode.
  -  Gesprekken met beroepskrachten.
  -  Groepsgesprekken.
  -  Samenwerkingsovereenkomsten.


c. Voorwaarden voor ontplooiing en contacten, deskundigheidsbevordering (doorstroom): omstandigheden die de waarde van het vrijwilligerswerk voor de vrijwilligers zelf optimaliseren. Zij vergroten zowel de kennis en vaardigheden als de arbeidsvreugde.

Middelen:
  -  Ingroei in de bedrijfs(parochie/federatie)cultuur.
  -  Geformaliseerd leren: toerustingscursussen, scholing, vakliteratuur, training, seminars, lezingen, bibliotheek, documentatie- en informatiediensten, relatienetwerken, Internet, bijhouden logboek met leerervaringen en ‘jobrotation’.
  -  Informeel leren: proces dat ‘tussen de regels door’ plaatsvindt, tijdens werkzaamheden en overleg. Ruimschoots informeel overleg en goed geformaliseerd overleg kunnen dit informeel leren bevorderen.
  -  Contacten van vrijwilligers (ook van andere parochies). Belangrijk zijn: goede sfeer en respectvolle omgangsvormen, daarin directe bemoeienis van de pastores en aandacht voor festiviteiten en uitjes b.v. vrijwilligersavond/feest.

d. Begeleiding en waardering (doorstroom en uitstroom): proces van ondersteuning, toetsing en evaluatie van het werk van de vrijwilligers. Een onderscheid kan worden gemaakt tussen taakgerichte begeleiding (inhoud taken, contacten en samenwerking) en persoonsgerichte begeleiding (welbevinden).

Middelen:
  -  Aanspreekbaarheid beroepskracht: vrijwilligers moeten kunnen terugvallen op vraagbaak/praatpaalfunctie (beroepskracht/bestuur/pastoraatgroep).
  -  Eisen aan beroepskracht/bestuur/pastoraatgroep: vertrouwen, wederkerigheid kunnen scheppen, juiste balans kunnen vinden tussen afstand en betrokkenheid.
  -  Gesprekken/groepsbijeenkomsten.
  -  Werkbegeleiding, b.v. door mentor.
  -  Functioneringsgesprekken (minimaal eens per jaar).
  -  Parochiële vrijwilligersbegeleider (portefeuillehouder vrijwilligersbeleid in pastoraal team en/of parochiebestuur).
  -  Afrondend gesprek bij vertrek.

e. Communicatie met vrijwilligers (doorstroom): samenspraak tussen de diverse betrokkenen, waarbij informatie en opvattingen worden uitgewisseld over de activiteiten en het beleid. Dit geeft uitdrukking aan de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het werk, verhoogt de kwaliteit van de dienstverlening en geeft uitstraling naar buiten.

Middelen:
  -  Voorwaarden voor spontane contacten tussendoor: aanwezigheid van communicatief ingestelde beroepskrachten en/of bestuursleden, goede omgangsvormen, openbaarheid van informatie.
  -  Interne en externe communicatie.
  -  Vrijwilligersraden (inspraak-/medezeggenschapsorgaan).
  -  Groepsevaluatie van activiteiten.
  -  Geplande bijeenkomsten (jaarlijks overleg met pastor/bestuur).
  -  Contact met portefeuillehouder bestuur of pastorale team).                           [Ook op federatieniveau? – Cie.]
  -  Geschillenregeling.

f. Organisatorische en materiële faciliteiten: voorwaarden die vrijwilligers in staat stellen hun werk goed te doen en die voorkomen dat het werk hen (onbedoeld resp. onnodig) geld kost.

  Organisatorische voorwaarden en faciliteiten:
Middelen:
  -  Korte communicatielijnen.
  -  Toegang tot faciliteiten.
  -  Accommodatie.
  -  Middelen/apparatuur.
  -  Werkomgeving (denk aan ARBO wetgeving!).
  -  Goede dienstverlening personeel/parochiesecretariaat.

Onkostenvergoedingen:
Middelen:
  -  Vergoedingen achteraf voor gemaakte kosten.
  -  Standaardvergoedingen.
  -  Reductie prijzen consumpties en activiteiten.

Verzekeringen:
Over de collectieve interdiocesane verzekering van de kerkelijke
vrijwilligers (bij Donatus) zegt de algemene econoom van het bisdom J. Bakker het volgende: de verzekering betreft een ongevallenverzekering (vanaf het moment dat iemand zijn/haar huis verlaat voor kerkelijk vrijwilligerswerk tot zij/hij weer thuis komt), een WA-verzekering en een bestuurlijke aansprakelijkheidsverzekering.
Uiteraard moeten de algemene regels worden nageleefd, zoals het volgen van de wettelijke ARBO-regels (bijvoorbeeld veiligheidsvoorschriften voor werken op een bepaalde hoogte boven de grond), het volgen van de juridische
voorschriften (bijvoorbeeld de verplichting om voor bepaalde bestuurlijke
handelingen over een bisschoppelijke machtiging te beschikken), het vermijden van onnodig risicoverhogend gedrag (dus zonder alcohol aan het verkeer deelnemen).


4.1.3.  Verbintenis:
Gerichte investeringen in de wederzijdse betrokkenheid tussen vrijwilligers en organisatie.

Uitdrukking geven aan waardering en erkentelijkheid jegens vrijwilligers:

Waardering direct aan werk vrijwilligers gekoppeld.
Middelen:
Zorgdragen voor complimenten pastores en anderen.

Waardering n.a.v. de persoonlijke levenssfeer vrijwilligers.
Middelen:
Attenties.
Uitjes.
Aandacht voor jubilea vrijwilligers.
Vrijwilligersavond/feest.
Betrokkenheid bij persoonlijk leven vrijwilligers.

Herstel wederzijdse betrokkenheid bij eventuele problemen en/of misverstanden. Extra investeringen in communicatie met vrijwilligers.

Middelen:
In kaart brengen van signalen onvoldoende betrokkenheid vrijwilligers.
Analyse problematiek.
Plan van aanpak, waarin mede aandacht voor directe communicatie tussen ‘management’ en vrijwilligers.

Wie heeft hierin welke rol? Bijvoorbeeld:
de voorzitter van beraad voor diaconie, voor catechese, voor liturgie, voor communicatie, voor beheer

de voorzitter van het interparochiële beraad voor enz……
de pastor die speciaal met de zorg voor het betreffende taakveld is belast
leden van het parochiebestuur of speciaal aangestelde personen

Wie vormen de doelgroepen van het personeelsbeleid?
De al zittende pastores en vrijwilligers
De mensen in de groep van 90% parochianen die niet zo vaak deelnemen, maar in bepaalde periodes van hun leven zich wel betrokken voelen; en wellicht projectmatig d.w.z. voor een welomschreven taak/project en dito periode geïnteresseerd zijn, mits het een beroep doet op hun persoonlijke kwaliteiten, kennis, ervaring en/of talenten.

Naar gelang de federatie zich verder ontwikkelt, moet je bezien, wat per parochie moet worden georganiseerd en wat in het verband van de federatie kan worden geleverd.


Binnen de parochieorganisatie zijn de pastores (pastoraal beleid) verantwoordelijk voor het gezamenlijke geheel en voor de kerntaken (in samenspraak met de pastoraatgroepen):
Diaconie
Pastoraat
Liturgie
Catechese
en tenslotte zijn zij eerstverantwoordelijken voor 1 of 2 parochies.

Het parochiebestuur is verantwoordelijk voor:
Vrijwilligersbeleid (organisatorisch en personeelsbeleid, met participatie door pastores)
Communicatie
Organisatie
Financieel beheer


5.   Personeels- en vrijwilligersbeleid RK Parochiefederatie De Regenboog.

5.1   Zorg om vrijwilligers; een opzet voor beleid.

5.1.1   Visie personeels- en vrijwilligersbeleid.
De geloofsgemeenschap wordt meegedragen door vrijwilligers, met verschillende talenten rond de Éne, inspirerende Geest. Want de Kerk, dat zijn wij allen samen, niet een enkel als lid, maar samen bouwen we de Kerk op [Bisschop van Luyn in ‘Toegerust’ p.7.]. Parochianen zetten zich in voor de plek waar zij kerken en wonen, en tegelijk staande in het grotere geheel van de federatie. Hun actieve betrokkenheid is van waarde voor de vitaliteit van de geloofsgemeenschap en voor de dienst van de kerk aan de bredere samenleving. Pastores en parochiebesturen dragen zorg voor het goed functioneren en het welbevinden van de vrijwilligers.

5.1.2   Huidige situatie.
De parochies vormen de kerkdichtbij. Er zijn verschillende taken: voorwaardenscheppend (pastorale-inhoudelijk, bestuurlijk) en uitvoerend. De inzet van parochianen zorgt voor toegankelijkheid en continuïteit; vooral de pastoraatgroep en het parochiesecretariaat zijn van belang. Het werk in of vanuit de parochie is niet alleen werken in een organisatie. Ieder – en als geheel – laat zich leiden door een visie/motivatie en bouwt dit tegelijkertijd op. De vrijwilligers zetten zich in in de eigen parochie en steeds meer in federatief verband. Er zijn al enkele dwarsverbindingen: bijeenkomsten van pastoraatgroepen, parochiesecretariaten, Schriftinstuif, liturgische groepen, contactwerk. Hiermee zijn enkele ‘spanningsvelden’/’uitdagingen’ aangegeven. Onder de vrijwilligers zijn veel vrouwen, maar niet alleen. Het is moeilijk om nieuwe, jonge vrijwilligers te werven. Punten van zorg zijn de doorstroming en de werkbelasting.
Taakomschrijvingen zijn niet altijd duidelijk; evaluatie lijkt niet gangbaar te zijn.
In tenminste één parochie worden gegevens rond (potentiële) vrijwilligers gestructureerd vastgelegd zodat vacatures op termijn gericht opgevuld kunnen worden. In veel andere parochies worden vrijwilligers ad-hoc geworven, soms omdat ‘men elkaar kent’, soms omdat er geen andere manier binnen een parochie is om vrijwilligers te werven.

5.1.3  Gewenste situatie.
Een inspirerende en goede (werk)omgeving bieden voor vrijwilligers die als gelovige mensen hun talenten inzetten en willen groeien in samen-kerk-zijn. In de organisatie zijn er taken en functies die vervuld worden door betrokken en actieve parochianen: de vrijwilligers.
Een belangrijke pijler in levende parochies. Voor hen is zorg en (georganiseerde) aandacht nodig; van pastores en parochiebesturen {portefeuillehouder(s)}, in elke parochie, per taakveld (sector), en ook federatief. Ruimte en begeleiding, vorming en toerusting (vooral voor pastorale en bestuurlijke taken), waardering, aandacht, en gemeenschapsvorming zijn hierbij kernwoorden.

5.1.4   Uitwerking.
Beleid ontwikkelen op federatieniveau en in elke parochie; samendoen waar het kan en gewenst wordt. Het opzetten van een werkplan rond werving, begeleiding (geloofsvorming, welzijn, vaardigheden), omschrijvingen van taken en verantwoordelijkheden, communicatielijnen, termijnen en evaluaties.
In elke parochie en eventueel op federatieniveau zouden er één of meerdere ‘portefeuillehouder(s)’ voor de zorg voor de vrijwilligers dienen te zijn. Inventariseren wat er al is. In de Regenboog, onderlinge ontmoeting, uitwisseling, ondersteuning. Bijv. 1x per jaar rondom een thema voor bezinning, verdieping, handreikingen. Toerusting en vorming duidelijk aanbieden en stroomlijnen.

5.2   Zorg om pastoraal team.

5.2.1   Visie.
Pastores (priesters, diakens en pastoraal werkenden) begeleiden het Volk Gods op hun reis, op hun zoektocht. Teneinde dat te kunnen blijven doen zullen hun werk- en arbeidsomstandigheden goed moeten zijn. Voor wat hun pastorale functioneren betreft worden zij begeleid door dekenaat en bisdom. Voor wat hun ‘arbeids-‘functioneren betreft is de werkgever verantwoordelijk.

5.2.2   Huidige situatie.
In het verleden waren pastores alleen of samen verantwoordelijk voor één of twee parochies. Ontwikkelingen in kerk en maatschappij hebben veranderingen tot gevolg gehad, zoals de vorming van grotere pastorale eenheden, in ons geval in federatief verband. Dit betekent voor de pastores werken in teamverband en betrokkenheid met zeven parochies in plaats van een beperkt aantal.
Vanuit verleden en ervaring zijn pastores geneigd hun werk voort te zetten op de manier zoals zij dat gewend waren.
Waar vroeger de pastor verantwoordelijk was voor beleid en uitvoering op het gehele terrein van de parochie, is nu gekomen tot een nadere specialisatie. Pastorale beleidsvoorbereiding gebeurt nu in principe door een van de pastores met affiniteit voor het betreffende gebied en veelal in samenspraak met de pastoraatgroepen. Gebaseerd op die beleidsvoorbereiding zullen de pastores binnen hun specifieke verantwoordelijkheid voor één of meer parochies het uitgezette beleid vorm geven en uitvoeren.

5.2.3   Gewenste situatie.
Door de pastorale schaalvergroting en het kleinere aantal pastores bestaat de noodzaak om de taken en verantwoordelijkheden van het pastorale team kritisch te bezien. Taken die vroeger als normaal gezien werden kunnen nu niet alleen maar gedaan worden door de pastores.
De verantwoordelijkheid van de geloofsgemeenschap, de parochianen ter plaatse, zal in grotere mate genomen moeten worden door die geloofsgemeenschap om op die manier gelegenheid te geven aan de pastores om de kern van hun pastor zijn uit te voeren.

5.2.4   Uitwerking.
Veel vaker dan voorheen het geval was zullen parochianen organisatorische aspecten van activiteiten voor parochie en federatie op zich moeten nemen. Structuren zullen moeten worden opgezet zodat pastores hun tijd efficiënter en effectiever kunnen besteden.

5.3   Toerusting en vorming.

5.3.1   Visie
Vrijwilligers en beroepskrachten dienen toegerust te zijn voor hun taken. In sommige gevallen hebben vrijwilligers al kennis van het gebied waarop zij werkzaam zijn. In andere gevallen is het zinvol om kennis op te doen. In eerste instantie zal dat vaak gebeuren door kennisoverdracht vanuit andere leden van de betreffende werkgroep. In situaties waar deze kennis niet aanwezig is, of wanneer de behoefte aan aanvullende scholing gevoeld wordt, zullen de pastores of de parochiebesturen initiatieven tot scholing, via dekenaat, bisdom, of op andere manieren moeten stimuleren.

5.3.2   Huidige situatie.
Door dekenaat en bisdom worden cursussen gegeven, die door vrijwilligers (kunnen) worden bezocht. De aantallen vrijwilligers die cursussen volgen lopen echter terug vanwege de wens om zich minder lang te verplichten tot vrijwilligerswerk.
Pastores zoeken het nu zelf uit – hebben wij daar een verantwoordelijkheid?

5.3.3   Gewenste situatie.
Vanuit een gestructureerd vrijwilligersbeleid en –overleg zullen behoefte aan scholing duidelijk worden. Wanneer bestaande cursussen niet toereikend zijn zullen de parochies en de federatie in overleg treden met andere instanties om zorg te dragen voor een aangepast scholingsaanbod.

5.3.4   Uitwerking.
Nader uit te werken aan de hand van het vrijwilligersbeleid.




6.   Plan van aanpak/aanbevelingen.
  -  De parochies stellen al het bestaande materiaal op het gebied van vrijwilligersbeleid ter beschikking van de Cie.
  -  De Cie. dient te worden uitgebreid met 3 á 4 personen, waarvan minimaal één persoon die beroepsmatig verstand heeft van personeelsmanagement. De andere leden zijn bij voorkeur afgevaardigden van de parochiebesturen en het pastorale team, die in het bijzonder betrokken resp. verantwoordelijk zijn voor de zorg voor de vrijwilligers.
  -  De federatie/parochiebesturen stellen secretariële ondersteuning ter beschikking
  -  De Cie.-leden dienen zich te binden voor tenminste 4 jaar.
  -  Uit oogpunt van efficiency is het noodzakelijk dat de Cie. rechtstreeks ‘zaken’ kan doen met de parochiebesturen.


Stappenplan:

Eerste jaar.  Doelstellingen:
  -  Het definiëren van de werkgever/werknemer verhoudingen.
  -  Het vaststellen van de diverse vormen van opdrachtgeverschap.
  -  Het doen van aanbevelingen ten aanzien van de voorwaardenscheppende functie van het pastorale team en de parochiebesturen.
  -  De ontwikkeling van een bestuurlijk beleid ten aanzien van vrijwilligers.
  -  Het maken van een inventarisatie van alle vrijwilligers.
             De besturen van de parochies geven de kaders aan waarbinnen de vrijwilligers functioneren. Twee vragen spelen hierbij een belangrijke rol:
  a.  Wat kan de vrijwilliger van de parochie verwachten?
  b.  Wat mag de parochie van de vrijwilliger verwachten?
De plannen voor het opzetten van een vrijwilligersbeleid worden in de parochies bekendgemaakt door de parochiebesturen.
De parochiebesturen maken (resp. passen een bestaand reglement aan) een vrijwilligersreglement voor hun parochie. Dit reglement wordt ter discussie en goedkeuring aan de vrijwilligers voorgelegd.
De Cie. verzorgt, na aankondiging door de parochiebesturen aan de vrijwilligers, een inventarisatie van de vrijwilligers aan de hand van een door alle vrijwilligers in te vullen vragenlijst. Vanuit deze inventarisatie zal door het secretariaat een vrijwilligersdatabase worden opgezet.

Tweede jaar.   Doelstellingen:
  -  Presentatie resultaten eerste jaar door de Cie.
  -  Publicatie en verspreiding definitieve reglement door de parochiebesturen.
  -  De groepen maken een functieomschrijving.
  -  Aanstelling vrijwilligersbegeleider binnen elke groep.
De parochiebesturen voeren overleg met de voorzitters van alle groepen om de nieuwe stappen voor het komende jaar voor en uit te leggen.
De groepen worden gevraagd een functieomschrijving te maken van hun werkgroep. Het maken van een functieomschrijving is belangrijk, omdat het helderheid verschaft. Ook is het belangrijk i.v.m. het opzetten van een vacaturebank. Een functieomschrijving op papier ondersteunt het gesproken woord.
Parochiebesturen maken nieuw/aanvullend beleid en voeren zonodig gesprekken met mensen die (te) veel doen en kwetsbare groepen.
Het secretariaat werkt de vrijwilligersdatabase bij.

Derde jaar.   Doelstellingen:
  -  Presentatie resultaten tweede jaar door de Cie.
  -  Afronding stappenplan vrijwilligersbeleid.
  -  Opzetten vacaturebank vrijwilligers.
  -  Bestand van vrijwilligers, die ergens voor gevraagd kunnen worden.
  -  Evaluatie met parochiebesturen.
  -  Afronding project.
In het derde jaar ronden we het project af. Het betekent voor de parochiebesturen beleid maken n.a.v. de uitkomsten van de groepsevaluaties gedurende het 2e jaar. Zonodig dienen concrete stappen te worden gezet ten aanzien van toerusting, materiële voorzieningen en cursusaanbod.
Tenslotte is het belangrijk dat het (nieuwe) vrijwilligersbeleid wordt geborgd, zodat continuïteit verzekerd wordt.



Literatuurlijst.

Zorg om vrijwilligers; handreiking voor beleid in de paro¬chie, Dekenale Stichting Alphen aan den Rijn, 1997
Kerkopbouw met vrijwilligers; handreiking voor vrijwilligerbeleid in parochies. DPC-brochure 1993
Toegerust tot de dienst aan het Evangelie, brief van de bisschop van Rotterdam over vrijwilligerswerk. 1998
Kaderregeling voor pastoraatgroepen in het bisdom Rotterdam, bisdom Rotterdam sep. 1999
Kennismanagement, Matthieu Weggeman, Scriptum, Schiedam, 1997, ISBN 90 5594 087 9
Pastoraal Plan parochie Onze Lieve Vrouwe Geboorte Meije-Zegveld
Stappenplan vrijwilligersbeleid. Hans Boerkamp, dienstverlener kerkelijk opbouwwerk dekenaten ’t Sticht en Utrecht-Oudenrijn
Zorg voor vrijwilligers; een opzet voor beleid. Anneke Beenakker, februari 2002
Zelfonderzoek vrijwilligersbeleid – Een vragenlijst. Jan Maassen, maart 1998
Kadercursus Kerkopbouw
Kerkopbouw met vrijwilligers, Handreiking voor vrijwilligersbeleid in parochies, DPC Rotterdam, 1993
Minke van Putten en Anneke Helwegen-Blanksma, Visie, voorwaarden, verbintenis. Vrijwilligersbeleid in het sociaal-culturele werk, Utrecht, NIZW, 1999.
Zorg om vrijwilligers, Handreiking voor beleid in de parochie.Dekenale Stichting Alphen aan den Rijn, oktober 1997



 12. Organisatie
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

 







16. De sociale structuur van de parochiefederatie
[klik hier om terug te gaan naar de inhoudsopgave]

Gegevens over de sociale structuur zijn op een andere pagina te vinden. Klik hier als u naar deze pagina wenst te gaan.

 
Zoeken:

Laatste update: 11-06-2009| Contact Webmaster| Admin