Home

Home
De sociale structuur van de parochiefederatie

1.1       Inleiding

De parochiefederatie “De Regenboog” is een samenwerkingsverband van zeven parochies in het Groene Hart. Het samenwerkingsverband is officieel van start gegaan op 25 juni 2000. Het samenwerkingsverband telt de volgende parochies:

- H.Petrus en Paulus te Aarlanderveen,
-H. Adrianus te Langeraar
-Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Meije Zegveld
-Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart te Nieuwkoop
-H. Nicolaas te Nieuwveen
-St. Martinus te Noorden
-H. Johannes Geboorte te Zevenhoven

De parochies binnen de federatie liggen in een landelijk gebied, in het Groene Hart van de Randstad, globaal gesitueerd ten noorden en noordoosten van Alphen aan den Rijn. Alle parochies liggen in Zuid-Holland. Een deel van de parochie Meije-Zegveld ligt in de provincie Utrecht

De parochies Nieuwkoop en Noorden liggen in de gemeente Nieuwkoop. De parochies Nieuwveen en Zevenhoven in de gemeente Liemeer. De parochie Langeraar in de gemeente Ter Aar. De parochie Aarlanderveen telt deels parochianen uit de gemeente Alphen aan de Rijn en deels uit de gemeente Ter Aar. Voor de parochie Meije-Zegveld ligt het nog ingewikkelder. Deze parochie heeft zijn parochianen gedeeltelijk in de gemeenten Nieuwkoop, Woerden en Bodegraven.
Bij de beschrijving van diverse kenmerken van de parochiefederatie dient daar rekening mee te worden gehouden. Waar het niet anders kan zal voor de parochie Aarlanderveen aansluiting gezocht worden bij de kenmerken van de gemeente Ter Aar en voor de parochie Meije-Zegveld bij die van de gemeente Nieuwkoop.  

Beschrijving van het gebied

De drie gemeenten in de federatie en daarmee ook de parochies zijn typische plattelandsgemeenten. Het gebied, oorspronkelijk een moerassig veengebied, was eeuwenlang een twistappel tussen de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland. De ontginning van het gebied wordt algemeen gesitueerd rond het jaar 1000. Door de ontvening ontstond een uitgestrekte waterplas waar door inpoldering een groot deel van is verdwenen. De Nieuwkoopse en Langeraarse plassen zijn van inpoldering gespaard gebleven. Na de inpoldering in de 18e eeuw ontwikkelde het gebied zich tot een agrarisch gebied met akkerbouw, veeteelt en open tuinbouw. In het bijzonder Nieuwkoop kende veel kleine industriële bedrijvigheid, in de vorm van smederijen. Ter Aar kende veel open tuinbouwbedrijven. Na de tweede wereldoorlog verdween door de mechanisering in de landbouw veel werkgelegenheid. Vervangende werkgelegenheid werd gevonden in de bouw en in de glastuinbouw, aanvankelijk nog groenteteelt maar al spoedig opgevolgd door de sierteelt.
Tot rond 1960 kenden de gemeenten in de federatie een besloten karakter. Er was sprake van een geringe instroom . In de periode daarna werd de aantrekkingskracht van dit deel van het groene hart, mede door de toenemende mobiliteit, steeds groter en konden velen door de sterk expanderende bouwmogelijkheden een woning in het federatiegebied bemachtigen. In de periode 1960-1975 groeide het aantal inwoners snel.  Door het restrictieve bouwbeleid in het Groene Hart bleef de groei nadien beperkt en resulteerde in de jaren 90 in een stabiele tot licht dalende bevolking. Al met al is in de laatste eeuw de bevolkingsgroei in de drie gemeenten aanmerkelijk hoger geweest dan die voor Nederland als totaal geldt. Bij de volkstelling in 1899 telde Liemeer 2338 inwoners, Nieuwkoop 2597 en Ter Aar 2482. In 2000, honderd jaar later, telde Liemeer 6858 inwoners, Nieuwkoop 11070 en Ter Aar 9074. In diezelfde periode verdrievoudigde de totale Nederlandse bevolking maar werd de bevolking in de drie gemeenten gezamenlijk ruim 3,5 keer zo groot.
Vooral de toegenomen mobiliteit heeft het karakter van de gemeenten in de federatie sterk doen veranderen. Er zijn veel inwoners van buiten in de federatiegemeenten komen wonen die veelal hun werk daarbuiten hadden en bleven houden. Anderzijds hebben veel inwoners werk gevonden buiten hun woongemeente. De regio heeft daarmee een veel meer open karakter gekregen.

1.3      De sociale structuur in de federatie

 Op een aantal punten is de sociale structuur in de drie gemeenten sterk veranderd. Deels verliepen die veranderingen parallel aan die in de rest van het land maar in een aantal gevallen ook niet. Hierna komen een aantal aspecten van die sociale structuur kort aan de orde. De cijfers waarop de beschrijving is gebaseerd zijn in een bijlage opgenomen.

De bevolking in de gemeenten waarin de federatie hoofdzakelijk ligt (Liemeer, Nieuwkoop, Ter Aar) is in de periode januari 1995 tot januari 2004 licht gedaald. De groei in Zuid-Holland in die periode is nog 5 procent. (bijlage, tabel 1). Het restrictieve bouwbeleid voor het Groene Hart komt hier nadrukkelijk tot uiting. De bevolking in de drie gemeenten is relatief jong. Ruim 27 procent is jonger dan 20 jaar. In Nederland is een kwart van de bevolking beneden de 20 jaar. De gemiddelde leeftijd in de drie gemeenten is ook relatief laag. In 2003 was die in Liemeer 36,2 in Nieuwkoop 37,1 en in Ter Aar 36,5. In Zuid-Holland was die 37,9. In de federatiegemeenten wonen weinig allochtonen. In de drie gemeenten is het percentage allochtonen
[1] (2004) met elk 4 procent relatief laag. Voor de hele Rijnstreek waarin de gemeente Alphen aan de Rijn sterk dominant is dat percentage met acht twee keer zo hoog. Voor heel Nederland is het percentage allochtonen bijna 20 procent. In de federatie is de samenstelling van de bevolking in dat opzicht zeer homogeen.

De huishoudensamenstelling is in de drie gemeenten van de federatie nog vrij traditioneel. Het percentage eenpersoonshuishoudens ligt aanmerkelijk lager dan dat in Zuid-Holland en Nederland en het percentage gehuwde paren aanmerkelijk hoger. Het percentage niet-gehuwde paren en eenoudergezinnen wijkt nauwelijks af van de provinciale en Nederlandse percentages (bijlage tabel 2).

Ook de verdeling naar burgerlijke staat in de federatiegemeenten laat nog een relatief traditioneel patroon zien. Dat komt sterk tot uiting in de echtscheidingscijfers.  Dat het percentage ongehuwden in Liemeer aanmerkelijk hoger en het percentage gehuwden navenant lager ligt heeft te maken met de aanwezigheid van Ursula, een instelling voor lichamelijk en geestelijk gehandicapten in deze gemeente. Het percentage gescheiden vrouwen in de gemeente Nieuwkoop is relatief hoog in vergelijking met de beide andere gemeenten. Provinciaal en landelijk zijn de echtscheidingspercentages relatief laag. De landelijke en provinciale percentages liggen bijna dubbel zo hoog (bijlage, tabel 3).


Kijkend naar de aantallen vertrokken en gevestigde personen in 2002 en 2003 blijkt dat in Nieuwkoop in evenwicht te zijn, in Liemeer iets minder maar in Ter Aar is duidelijk sprake van een vertrekoverschot. Globaal genomen is er de laatste jaren sprake van een licht vertrekoverschot, het sterkst in de gemeente Ter Aar. Opvallend is wel dat ook in de Rijnstreek
[2] als totaal de percentages niet veel verschillen met de gemeenten van de federatie.

In ons land is de gezinsverdunning en de groei van het aantal alleenstaande huishoudens al een aantal jaren aan de gang en dat heeft tot een sterke daling van de gemiddelde woningbezetting geleid. In de federatiegemeenten, in het verleden gekenmerkt door relatief veel grote gezinnen, is dit proces later op gang gekomen.Maar nu is de gemiddelde woningbezetting door die gezinsverdunning en dat groeiende aantal alleenstaande huishoudens sterk aan het afnemen. Duidelijk wordt uit de cijfers (bijlage, tabel 5) dat de gemiddelde woningbezetting in de Rijnstreek aanmerkelijk lager ligt dan in de gemeenten in de federatie en dat die in Zuid-Holland nog weer fors lager is. Wel neemt de gemiddelde woningbezetting in de drie gemeenten af in de loop der jaren en zelfs sneller dan die in Zuid-Holland. Ook in de federatie is sprake van een verdergaande gezinsverdunning en groei van alleenstaande huishoudens.

Opvallend is dat in de federatiegemeenten het aantal goedkope huurwoningen als percentage van de totale woningvoorraad relatief laag is. Dat bedraagt ongeveer 7 procent (bijlage, tabel 5). In de federatiegemeenten ligt dat percentage iets hoger dan voor de Rijnstreek als totaal. Voor heel Zuid-Holland en Nederland is dat aandeel met ruim meer dan 10 procent aanmerkelijk hoger. Dit zou erop kunnen duiden dat de behoefte aan goedkope huurwoningen in de federatiegemeenten geringer is. Mocht echter blijken dat het inkomensniveau niet erg afwijkt van dat daarbuiten dan wijst dat op een knelpunt op de woningmarkt. 

In sterk afgeronde vorm zijn gegevens beschikbaar over het aantal bijstands-, werkloosheids-, en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in de federatiegemeenten (bijlage, tabel 6). Het aantal bijstandsuitkeringen ligt in de federatiegemeenten relatief laag vergeleken met de hele Rijnstreek en nog aanmerkelijk lager dan de cijfers die voor Zuid-Holland en heel Nederland gelden.
[3] Ook het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de werkloosheid liggen in de federatiegemeenten op een relatief laag niveau. Opvallend is wel het hoge percentage arbeidsongeschikten in Liemeer. Oorzaak hiervan is weer de aanwezigheid van huize Ursula in deze gemeente. Een groot deel van de bewoners heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

In alle drie de federatiegemeenten ligt het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden ruim boven het provinciale en landelijke gemiddelde (bijlage, tabel 7). De ontwikkeling van het besteedbaar inkomen in de periode 1989-2000
[4] is voor de federatiegemeenten redelijk gunstig geweest, alleen Ter Aar blijft achter bij de provinciale en landelijke ontwikkeling. Kijkend naar het percentage in de federatiegemeenten dat een laag inkomen heeft dan blijkt dat aanmerkelijk lager te zijn dan het percentage dat voor heel Zuid-Holland en Nederland geldt. Opvallend is wel dat in de gemeente Ter Aar het percentage met een laag inkomen ruim hoger is dan in de beide andere federatiegemeenten.


1.4      De katholiciteit

Volgens de laatst bekende gegevens van het KASKI (2002) was het percentage katholieken in Nederland 31 procent en in het bisdom Rotterdam ruim 16 procent. Volgens de gegevens van de zeven parochies was het percentage katholieken in de federatie ongeveer 40 procent.  
De ontwikkeling van het aantal parochianen in de federatie is in onderstaande tabel vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de ledenregisters van de zeven parochies
[5].

Tabel 2 De ontwikkeling van het aantal parochianen 1995-2004
 1995
2004
absoluut
index
absoluut
index
H.Petrus en Paulus te Aarlanderveen*
3.188
100
3.031
  95
-H. Adrianus te Langeraar
2.941
100
2.411
  82
-Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Meije- Zegveld
   631
100
   633       
100
Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart te Nieuwkoop
3.223
100
3.168
  98
H. Nicolaas te Nieuwveen
1.914
100
1.784
  93
St. Martinus te Noorden
1.747
100
1.542
  88
H. Johannes Geboorte te Zevenhoven
1.205
100
1.015
  84
Totaal Federatie
14.849
100
13.584
  91
* cijfers per 1 januari 2003





Het aantal ingeschrevenen in de ledenregisters van de parochies wil nog niet zeggen dat om praktiserende katholieken gaat. Er zijn diverse manieren om de betrokkenheid bij de kerk te meten. Een manier is om dat af te meten aan het zondagse kerkbezoek. Een tweede is die betrokkenheid af te meten aan het aantal dat bijdraagt aan de kerkbalans. In tabel 3 is de ontwikkeling van het kerkbezoek in beeld gebracht en in tabel 4 de ontwikkeling van de bijdrage aan de kerkbalans.


Tabel 3 De ontwikkeling van het kerkbezoek
1995
2004
absoluut
Index
absoluut
index
-H.Petrus en Paulus te Aarlanderveen,
611
100
386
 63
-H. Adrianus te Langeraar *
741
100
344
 46
-Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Meije Zegveld
194
100
190
 98
Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart te Nieuwkoop
415
100
267
 64
H. Nicolaas te Nieuwveen
319
100
245
 77
St. Martinus te Noorden
339
100
147
 43
H. Johannes Geboorte te Zevenhoven
229
100
195
 85
Totaal Federatie
2.848
100
1774
 62
* gegevens voor 1995 niet beschikbaar wel 1997

In het bisdom Rotterdam is het kerkbezoek 8 procent. Dat ligt in de federatie met 13  procent aanmerkelijk hoger. Wel is duidelijk dat ook in de federatie het kerkbezoek daalt.


Tabel 4 De ontwikkeling van de kerkbijdragen (in €)
1995
2004
absoluut
index
absoluut
index
-H.Petrus en Paulus te Aarlanderveen,
41.702
100
38.905
  93
-H. Adrianus te Langeraar
29.269
100
46.383
158
-Onze Lieve Vrouwe Geboorte te Meije Zegveld
11.270
100
15.348
136
-Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart te Nieuwkoop*
35.671
100
41.130
115
-H. Nicolaas te Nieuwveen
23.262
100
32.368
139
-St. Martinus te Noorden
28.728
100
32.486
113
-H. Johannes Geboorte te Zevenhoven
20.105
100
22.411
111
Totaal Federatie 
190.007
100
229.031
121
*2000(1995 niet beschikbaar)

Indien als maat voor de betrokkenheid van de parochianen bij de kerk de gemiddelde bijdrage per parochiaan wordt gehanteerd dan blijkt van een teruggang van die betrokkenheid geen sprake. In alle parochies op een na is de gemiddelde bijdrage per parochiaan aanmerkelijk gestegen. Wel verschilde in 2004 de gemiddelde kerkbijdrage per parochiaan aanmerkelijk. In de parochies Meije-Zegveld was die met € 24 het hoogst, gevolgd door de parochies  Zevenhoven en Noorden met € 22 respectievelijk € 21. In de parochies Langeraar en Nieuwveen lag de gemiddelde bijdrage iets onder de € 20. In de parochie Aarlanderveen en Nieuwkoop waren die met € 13 het laagst.  De gemiddeld kerkbijdrage per parochiaan is in de afgelopen tien jaar met bijna een derde toegenomen.



1.5      Samenvatting en conclusies

De parochies in de federatie De Regenboog zijn typische plattelandsparochies gelegen in het Groene Hart van de provincie Zuid-Holland. De bevolking groeit niet of nauwelijks. De bevolking is relatief jong en telt weinig allochtonen. De huishoudensamenstelling is nog vrij traditioneel. Het aantal eenpersoons huishoudens is betrekkelijk laag en het percentage gehuwde echtparen relatief hoog. De echtscheidingscijfers zijn laag. De gemiddelde woningbezetting daalt. Het aantal goedkope huurwoningen is laag.
De werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en het aantal bijstandsuitkeringen liggen ruim onder het landelijke en provinciale gemiddelde.
Het besteedbaar inkomen is hoger dan het provinciale en landelijke gemiddelde.

Het percentage katholieken in de federatie bedraagt ongeveer 40 procent. In het bisdom Rotterdam is dat percentage ruim 15. Het aantal parochianen is de laatste tien jaar met bijna 10 procent afgenomen. Het kerkbezoek daalde met bijna 40 procent. Opvallend is dat de kerkbijdragen de afgelopen 10 jaar in alle parochies op een na in absolute zin zijn toegenomen. De gemiddelde bijdrage per parochiaan in de afgelopen 10 jaar zelfs met bijna een derde gegroeid.
Geconcludeerd kan worden dat, waar het kerkbezoek fors is gedaald is, het aantal parochianen aanmerkelijk minder is afgenomen en dat de betrokkenheid bij de kerk, gemeten aan de gemiddelde kerkbijdrage per parochiaan, sterk is gegroeid.

Bijlage

Tabel 1 De ontwikkeling van de bevolking (1995-2004)
1995
2004
absoluut
index
absoluut
index
Liemeer
6.997
100
6.713
96
Nieuwkoop
11.096
100
11.092
100
Ter Aar
9.297
100
9.010
97
Totaal
27.390
100
26.815
98
Zuid-Holland
3.328.962
100
3.451.942
104
Nederland
15.524.000
100
16.258.032
105
Bron: CBS




Tabel 2 De huishoudensamenstelling (2004), in procenten

Eenpersoons-huishoudens
Gehuwde paren
Niet-gehuw-de paren
Eenouder-gezinnen
totaal
Liemeer
26
60
9
5
100
Nieuwkoop
23
61
11
5
100
Ter Aar
19
66
9
5
100
Totaal
22
62
10
5
100
Zuid-Holland
37
45
10
7
100
Nederland
34
48
10
6
100
Bron: CBS


Tabel 3 Burgerlijke staat en geslacht (ouder dan 19 jaar), in procenten
ongehuwd
gehuwd
weduwstaat
gescheiden
totaal
man
vrouw
man
vrouw
man
vrouw
man
vrouw
man
vrouw
Liemeer
36
28
57
60
2
7
4
5
100
100
Nieuwkoop
27
19
65
63
3
10
5
7
100
100
Ter Aar
26
19
67
67
2
9
5
5
100
100
Totaal
29
21
63
64
2
9
5
6
100
100
Zuid-Holland
33
25
57
54
2
11
8
10
100
100
Nederland
32
24
58
56
3
11
7
9
100
100
Bron: CBS



Tabel 4 Vestiging en vertrek in 2002 en 2003, in procenten van de totale bevolking
vestiging
vertrek
2002
2003
2002
2003
Liemeer
3
4
4
4
Nieuwkoop
3
3
3
3
Ter Aar
2
2
3
4
Totaal
3
3
3
4
Rijnstreek
3
3
4
4
Bron: CBS


Tabel 5 De ontwikkeling van de gemiddelde woningbezetting en het percentage goedkope huurwoningen

1996
2004
percentage goedkope huurwoningen
Liemeer
3,12
2,91
7,5
Nieuwkoop
2.79
2,68
7,0
Ter Aar
2,99
2,79
8,5
Totaal
2,93
2,77
7,5
Rijnstreek
2,70
2,59
7,0
Zuid-Holland
2,38
2,30
13,0
Nederland
2,47
2,39
12,0
Bron: CBS



Tabel 6 De bijstand, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid in 2002 en 2003
bijstand
werkloosheid
arbeidsongeschkt
2002
2003
2002
2003
2002
2003
Liemeer
1
1
1,1
1,1
14
13
Nieuwkoop
2
2
1,2
1,6
6
6
Ter Aar
1
1
0.8
1,1
5
5
Totaal
1
1
1,0
1,3
8
8
Rijnstreek
2
2
1,3
1,8
7
7
Zuid-Holland
7
7
1,7
2,3
7
7
Nederland
5
5
1,9
2,6
9
9
Bron: CBS

Tabel 7  De ontwikkeling van het besteedbaar inkomen

 besteedbaar  inkomen van huishoudens
percentage met laag inkomen
Ontwikkeling 1989-2000
Gemiddeld 2000*
Liemeer
149,3
30,6
7,2
Nieuwkoop
151,5
30,9
6,6
Ter Aar
142,4
29,5
9,8
Zuid-Holland
144,2
27,5
13,7
Nederland
145,9
28,0
12,7
* x1000 €
 Bron: CBS




[1] Onder allochtonen (definitie CBS) worden verstaan alle personen van wie minstens een ouder in het buitenland geboren is.

[2] De Rijnstreek omvat de gemeenten Ter Aar, Alphen aan den Rijn, Jacobswoude, Liemeer, Nieuwkoop en Rijnwoude en telde per 1 januari 2004 126.970 inwoners.
[3] In de tabel zijn de bijstandsuitkeringen vermeld in procenten van het aantal huishoudens, de werkloosheid en arbeidsongeschiktheid in procenten van de beroepsbevolking in de leeftijd 15-65 jaar.

[4] 2000 is het laatste jaar waarover regionale cijfers beschikbaar zijn

[5] Het kerkbezoek betreft het gemiddelde van het aantal kerkgangers van twee weekenden in maart. De aantallen betreffen alle kerkgelegenheden en bijzondere vieringen zoals Vormselvieringen.
In maart 1994 H. Nicolaas, eerste weekend betrof presentatie Eerste Communie.
In maart 2004 HH Petrus en Paulus, tweede weekend betrof een Vormselviering.
In maart 2004 H. Adrianus, tweede weekend betrof een Vormselviering.
In maart 2004 Johannes Geboorte, eerste weekend betrof presentatie Eerste Communie.

 
Zoeken:

Laatste update: 11-06-2009| Contact Webmaster| Admin